donderdag 30 juni 2011

Hotelletjes om in weg te rollen


Hotelletjes om in weg te rollen, dat is de ondertitel van de website Eelke Droomt. Eelke en haar partner Jon bezoeken graag en vaak goede hotels en B&B’s. Maar omdat ze beiden in een rolstoel zitten, zijn niet alle accomodaties daarvoor geschikt. Daarom is Eelke begonnen met een zoektocht naar kleine en knusse locaties die rolstoelvriendelijk zijn. Op haar website deelt ze haar ervaringen met ons door middel van leuke sfeerreportages. Ook kun je er gewoon veel goede adressen vinden. Leuk is ook om te vermelden dat de ANWB een Eelke Droomt boekje gaat uitgeven. Vorderingen op dat gebied kun je volgen op facebook. Zelf heb ik besloten een lijst met links naar onderwerp gerelateerde websites op dit blog te zetten. Eelke droomt is de eerste op die lijst! En omdat Eelke een goede vriendin van mij is, heb ik haar beloofd om zelf ook verslag te doen van plekken die mij uitermate goed zijn bevallen. Binnenkort te lezen op Eelke Droomt maar nu alvast hier op dit blog, een reportage over  Landhoeve Zwieseborg in Hardenberg.


Terras
Het is een heerlijke zonnige avond als wij aankomen bij landhoeve Zwieseborg in het Overijsselse Hardenberg. Man, dochterlief en ik zijn een paar daagjes op pad. Via google ben ik terecht gekomen bij dit hotel. De beschrijving van deze plek met zijn nadruk op rolstoeltoegankelijkheid en de aanwezigheid van een kinderboerderij geven de doorslag om dit maar eens uit te proberen. Bovendien zien de kamers er op de foto’s sprookjesachtig uit, maar ik hou mijn verwachtingen laag. Het is me iets te vaak gebeurd dat iets er op mijn computer prachtig uitziet, maar dat de werkelijkheid toch weerbarstiger is…

Hotelingang
Mijn terughouding houdt echter niet lang stand. Al bij aankomst op het echte boerenerf begint mijn hart te zingen. Het is hier mooi! Het terras voor restaurant het Bakhuus grenst aan de kinderboerderij en als we neerploffen voor een wijntje gaat onze dochter gelijk aan de gang met de talloze skelters en steppen die het terrein rijk is. Een schaap (later bleek ze met de fles grootgebracht) rent dartel achter hek met dochter mee en blaat luid om haar aandacht te trekken. Inmiddels vragen we ons wel af waar het hotel nou eigenlijk is. Als ik wat rondrijd langs de oude boerengebouwen valt mijn oog op een zwart bordje dat boven een oude staldeur hangt. ‘Hotel’ staat er in sierlijke letters opgeschreven. Als ik de deur opendoe waan ik me op de deel van de boerderij van mijn stiefoma. Alleen daar waar bij haar de koeien stonden staat nu een muur met om de paar meter een deur erin. En oke, de spinnenwebben en de stank ontbreken ook...


Hotelkamer
Snel ga ik verder op zoek naar de receptie want ik word nu toch wel heel benieuwd naar onze kamer. Als vijf minuten later de deur voor ons wordt geopend, worden de gewekte verwachtingen volledig ingelost. De oude stal is omgetoverd tot een aantal prachtige moderne kamers die geheel in oude stijl gerestaureerd zijn. Antieke tegels sieren de vloer en lopen door in de ruime en goed aangepaste badkamer. Lage ramen tot aan de grond versterken het boerderijgevoel, evenals het uitzicht op de schapenweide in verte, en de oude in tact gelaten balken waar het hoge dak van de stal op rust.  Wat een stijlvol geheel!


Uitkijktoren aan de overkant
Het eten dat even later voor ons op het terras wordt opgediend valt wat tegen (opeens voel ik me in dit Sallandse landschap een stedeling die orgineler en lekkerder eten voor heel wat minder geld gewend is), maar dochter smikkelt van pannenkoek en ijs. Na een heerlijke doodstille nacht in prima bedden, proberen we het restaurant opnieuw uit bij het ontbijtbuffet. Dat is dik in orde. Verse broodjes en croissants, een eitje, verse jammetjes en vers gesneden kaas en vleeswaar. Mmmmm.
Enige minpuntje die ochtend is dat het Bakhuus wel wat klein is voor meerdere gasten in een rolstoel. Ik raak in een wielendans verstrikt met een andere dame die ook graag wil ontbijten en haar partner –ook rolstoelgebruiker- besluit dat het wijs is om zijn rolstoel buiten te laten en even naar een stoel te lopen (die mogelijkheid was er voor hem, maar anders was het echt te krap geweest, jammer!)

Loozensche linie
De rest van de ochtend besteden we aan het verkennen van de omgeving rond het hotel. Als je de weg oversteekt bevindt zich daar een natuurgebiedje met een uitkijktoren die omgeven is door paden van houten steigers. Man en ik kijken elkaar aan en besluiten dat het kennelijk ook mogelijk is om door te schieten in rolstoeltoegankelijkheid, want een om nou een heel natuurterrein vol te bouwen met steigers waarover een rolstoel kan rijden…. Later blijken we ons te vergissen. We bevinden ons namelijk midden in een historisch stukje Nederland. Dit is de Loozensche Linie; een verdedigingswerk uit de tijd van Napoleon, bedoeld om de Bataafse Republiek te beschermen. De provincie Overijssel en de gemeente Hardenberg hebben het gebied de laatste jaren toegankelijk gemaakt voor publiek en -voorzover ik het goed begrijp- geeft het pad van houten steigers aan waar zich vroeger de flanken van een bastion bevonden. We kijken dus naar een sobere reconstructie van een deel van de vroegere vesting en niet naar een doorgeschoten rolstoelvriendelijk terrein (Hoe gedeformeerd kun je zijn?…)

Zelfbedienbaar pontje
Verder wandelend langs de uitkijktoren komen we uit bij een prachtig deel van de Overijsselse Vecht waar een aangename verrassing wacht. Aan de oever ligt een zelfbedienbaar (!) elektrisch pontje waarmee je de rivier kunt oversteken. Aan de overkant kun je nog wat verder wandelen over de oude linie. Maar veel leuker is het om een keer of tien met het pontje heen en weer te gaan en net te doen alsof de pont bestuurd wordt door de Heen-en Weer Wolf uit het boek van Pluk van de Petteflet!

Bij vertrek drie dagen later, laten we ons door de beheerder nog wat vertellen over deze bijzondere plek. Zwieseborg blijkt te vallen onder de Baalderborg Groep, een organisatie die ondersteuning en zorg biedt aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. Dat verklaart ook waarom een deel van het het aanwezige personeel bestaat uit mensen met een verstandelijke beperking (de schoonmakers, de tuinmensen, de bediening van het restaurant) en het verklaart ook de aanwezigheid van een logeerhuis voor gehandicapte kinderen op het terrein. Voordeel van deze verbinding met de Baalderborg groep is dat als je zelf op zorg in je vakantie bent aangewezen het professionele zorgpersoneel van Baalderborg dit voor je regelt. Uiteraard in onderling overleg, maar als het nodig is zelfs 24 uur per dag!

Hier hebben we dus een locatie gevonden die volledig is afgestemd op de zorgbehoeften van gehandicapten, maar die ook gewoon hotel en restaurant is voor gasten zonder beperking. Dat heeft als groot voordeel dat deze locatie geen "Reisje langs de Rijn Zonnebloem sfeer" ademt. Wij komen hier zeker nog een keer terug, maar dan niet in het hotel, maar op de minicamping die het terrein ook nog rijk is. Ik verheug me nu al op de charme van het tentleven maar de luxe van een terras met restaurant onder handbereik. Laat de zomer maar komen!

vrijdag 24 juni 2011

Gewonnen maar toch niet blij

Mijn allereerste blogje van 5 april jongstleden ging over mijn pogingen de school van mijn dochter rolstoeltoegankelijk te krijgen. Het stadsdeel had daartoe in een eerder stadium een beschikking afgegeven voor het plaatsen van een stoeltjeslift langs de trap, want op de school zit een moeilijk lopende leerling, die na de zomer op een liftvoorziening is aangewezen. Maar ja, een stoeltjeslift is helaas een individuele voorziening. Wil je een openbaar gebouw echt voor iedereen toegankelijk maken, dan moet er op zijn minst een plateaulift in geplaatst worden; aan een stoeltjeslift hebben mensen in een rolstoel immers niets...

Bij het bestuur van de school vond ik gelukkig gehoor zodat de hele procedure (de liftleverancier was al komen inmeten) even werd stopgezet en ik kon gaan uitzoeken of dit onzalige tij nog gekeerd zou kunnen worden. Uiteindelijk is mijn gang langs talloze belangenorganisaties, een zeer onwillige ambtenaar, en een geweldig goede jurist, ge-eindigd in een piepklein bedompt hokje van een buurthuis, op het het spreekuur van de wethouder van Economische zaken, Onderwijs en Cultuur. Een jonge, kundige vrouw van D66, die mijn verhaal belangstellend heeft aangehoord en me beloofde nogmaals te kijken of er in de betreffende verordening toch ergens ruimte gevonden kon worden om de 5000 euro extra kosten voor een plateaulift vergoed te krijgen.

Precies vijf weken later krijg ik via het schoolbestuur het bericht dat het stadsdeel die kosten wil dragen. Daarmee is de school van mijn dochter voor de komende tien jaar een rolstoelvriendelijkere school geworden. En natuurlijk ben ik daar blij mee. Voor de school, maar ook omdat de moeite die ik in deze zaak gestoken heb niet vergeefs is geweest. Toch blijft een echt gevoel van euforie achterwege en dat komt door de manier waarop deze beslissing tot stand is gekomen. Ik had -idealistisch en wellicht naief als ik ben- gedacht dat een positieve wending in deze zaak zou voortvloeien uit het feit dat de betrokken partijen zouden gaan delen in het inzicht dat toegankelijkheid een groot goed is, dat ook geld waard is. Helaas is dat gedroomde einde te mooi om waar te zijn. De trieste waarheid is dat het stadsdeel gewoon genoeg had van een zeurende moeder in een rolstoel, die de betrokken ambtenaren kennelijk in een lastig parket bracht. De oplossing voor dat probleem is tot stand gekomen door er 5000 euro tegen aan te gooien en ondertussen te hopen en te bidden dat dit besluit geen precedent zal scheppen voor andere scholen om ook aan te kloppen voor geld voor toegankelijkheid. 

En zo eindigt dit verhaal dus. Ik heb wel wat gewonnen, maar niet de zaak waar ik eigenlijk voor vocht.

dinsdag 21 juni 2011

Handicap in de hoofdrol

Tegenwoordig kun je over van alles een website vinden. Zo ook over films met het onderwerp handicap en ziekte. Op disabilitymovies.com zijn deze films zelfs terug te vinden gerangschikt naar beperking. Maar ik vond er ook nog iets anders. Een lijstje met daarop de cliché’s die het meest kenmerkend zijn voor films over dit onderwerp. Zo'n lijstje is veelzeggend omdat het direct inzage geeft in de aannames of vooroordelen (positief of negatief) die leven over handicap en ziekte in de moderne westerse cultuur.

Een greep uit 'Hollywood cliché’s':

  • Handicaps, speciaal misvormingen, worden vaak gebruikt om de schurk in de film mee aan te duiden.
  • Gehandicapten kunnen zichzelf genezen enkel door wilskracht.
  • De gehandicapte persoon blijkt uiteindelijk helemaal niet gehandicapt, hij heeft iedereen gewoon voor de gek gehouden! (Dit cliché wordt hier in huis het meest geloofwaardig gevonden...)
  •  De gehandicapte hoofdpersoon in de film overlijdt en wordt daarmee een inspiratiebron voor de gezonde achterblijvers om hun leven ten volle te leven.

Zelf zou ik aan dit lijstje nog toevoegen:

  • Hoofdpersonen die worden geconfronteerd met ziekte (of bijvoorbeeld met een ongeluk) gaan altijd de strijd aan om de ziekte te overwinnen en worden daartoe ook sterk aangemoedigd door hun omgeving.
  • Hoofdpersonen zijn vaak zo dapper en bewonderenswaardig (bovenmenselijke helden) dat je ze haast gaat benijden, zelfs als ze in een allesbehalve benijdenswaardige situatie verkeren.
  • Euthanasie wordt sterk geromantiseerd in films. Het wordt gepresenteerd als een daad van ‘kracht’ en als een 'mooie dood'.

Het onderkennen van deze cliché’s betekent niet dat de aanwezigheid ervan een film minder mooi of ontroerend maakt. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan The diving Bell and the Butterfly (2007). Deze film is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van Jean-Dominique Bauby, de voormalig hoofdredacteur van het blad Elle. Bauby blijft na een hersenbloeding achter in een totaal onbeweeglijk lichaam. Hij is alleen nog maar tot communicatie in staat door te knipperen met zijn linkeroog.

Het is een prachtig verhaal, drijvend op het breed uitgemeten cliché "Wie wat wil, die kan het ook". Ondanks dat heeft de film me diep geraakt. Bauby's ervaring van opgesloten zitten in je lichaam en tegelijkertijd de onbegrensde vrijheid van je geest ervaren, is voor mij heel herkenbaar. Soms leidt dat tot tot innerlijke strijd, soms gaan de twee in wonderbaarlijke harmonie samen.

Onderaan dit bericht kun je de trailer van deze film bekijken.

Delen?
Deel met mij en andere lezers welke film rond het thema handicap/ziekte jou het meest geraakt heeft en waarom je hem zou aanbevelen aan anderen. Druk op de tekst reacties in de lichtblauwe balk hieronder, of klik op de titel boven dit bericht dan verschijnt het reactiescherm vanzelf.



dinsdag 31 mei 2011

PGB bezuinigingen: Kabinet verliest verstand!

Het kabinet wil drastisch gaan bezuinigen op het Persoonsgebonden Budget. Dit budget maakt het voor mensen met een zorgvraag mogelijk hun eigen zorg in te kopen. Het snijden in de PGB's (het gaat om 1 miljard euro op een totale begroting van 2.7 miljard euro en dat betekent dat van de 130.000 mensen nog maar 13.000 mensen hun budget zullen behouden) maakt mensen opnieuw afhankelijk van (nog veel duurdere!) zorginstellingen en van hun 'zorg op maat' (hetgeen zoveel betekent als: Wij weten wat goed voor u is).  Dit is een stap terug in de tijd, in de emancipatie van mensen die zorg nodig hebben, en in het gezonde verstand van dit kabinet. De prijs die de maatschappij voor zo'n ingreep gaat betalen omvat veel meer dan enkel geld: Het is het verlies van een waarde waarvoor velen hard gestreden hebben: De waarde van zelfstandigheid, van zelf bepalen wat jij aan zorg nodig hebt en van wie jij dat het liefst wilt krijgen. Het is duidelijk dat Wilders, Rutte en Verhagen zichzelf aankleden, hun eigen billen afvegen en een auto met chauffeur tot hun beschikking hebben. Enkel mensen, voor wie al deze zaken vanzelfsprekend zijn, kunnen een dergelijk idee onbeschaamd ter tafel brengen.

En nog een kleine reminder aan het slot: was het niet de VVD die het PGB zo'n warm hart toedroeg, en die aan de wieg van de totstandkoming heeft gestaan? En was het niet de VVD, bij monde van een hoogst verontwaardigde Mark Rutte, die vorig jaar mei in een uitzending van Netwerk, het volgende beweerde:
“Het is natuurlijk ondenkbaar dat bij de VVD dit gezin (MJ: gezin met dochter die PGB nodig heeft) hun PGB (persoonsgebonden budget) zou kwijtraken. Daar hebben wij in Nederland voor gevochten. Dat is beschaving, dat staat nergens in onze plannen….. dat PGB blijft bestaan."


Bron: Citaat van Rutte terug te kijken op 09:06 minuten in de aflevering Van Netwerk op 27 mei 2010
Cijfers en feiten: Dagblad Trouw 31 mei 2011

zondag 29 mei 2011

Nemesis: Strijden tegen het lot

Nemesis, is het nieuwste boek van Philip Roth. Het verhaal draait om de uitbraak van een polio epidemie, in de zomer van 1944 in de hechte gemeenschap Newark. De epidemie bedreigt de stad met verlamming, invaliditeit en dood. De hoofdpersoon van Nemesis is speelplaatsleider Bucky Cantor, een plichtsgetrouwe jongeman van drieëntwintig jaar die vanwege bijziendheid niet mee kan vechten in de oorlog. Door de ogen van Bucky Cantor beleeft de lezer de angst, de woede, het verdriet en de beklemming van de epidemie mee, die gaandeweg de tijd steeds grotere vormen aanneemt en steeds meer slachtoffers opeist. Roth maakt ons deel van de grote vragen waar ziekte (en zeker epidemieën) de mens voor stelt: Wiens schuld is dit? En wat is de zin ervan?

In het eerste deel van het boek, wijst Bucky Cantor God aan als de schuldige van de polio uitbraak ('Heeft God dan geen geweten?') Roth laat ons daarmee voelen hoe het voor de mens bijna onmogelijk is genoegen te nemen met de lotgevallen die ons in het leven treffen. Er moet altijd een ‘reden’ zijn, een verklaring: ‘Dat het toevallig, ongerijmd en tragisch is, daar neemt hij genoegen mee.’ ‘Hij moet en zal de tragedie omzetten in schuld.’

Maar in het tweede deel gaat Roth nog een stapje verder. Hij neemt ons niet alleen mee in een tragedie die de mens overkomt (ziekte), maar hij toont ook hoe de mens zijn eigen tragedie creëert in het strijden tegen het lot. Dat gebeurt als Bucky Cantor zelf slachtoffer van polio wordt. Dan keert de beschuldiging aan het adres van God naar zelfbeschuldiging. Cantor raakt verstrikt in een web van gedachten die hem ertoe aanzetten te geloven dat hij verantwoordelijk is voor de verspreiding van het virus en de ziekte en dood van anderen. Om nog iets van zijn eer te kunnen redden meent hij dat hij moet breken met zijn geliefde verloofde Marcia. Ook al is zij woedend op zijn terugtrekking uit haar leven, hij houdt vol dat ze hem uiteindelijk dankbaar zal zijn; want wie wil er nu getrouwd zijn met een invalide man?

De verteller van het verhaal –hij duikt helemaal op het einde van het boek op- blijkt als kind op de speelplaats bij Bucky gespeeld te hebben ten tijde van de epidemie. Hij is zelf ook getroffen door het poliovirus maar komt tot een geheel andere conclusie: ‘Ik ben gaan inzien dat ik toen in 1944 in Newark een zomer lang een maatschappelijke tragedie had meegemaakt, die niet ook nog een leven lang een persoonlijke tragedie hoefde te zijn.’ Het is deze verteller die Bucky nog probeert te bewegen zichzelf te verlossen uit de door hem gecreerde waanwereld van schuld en boete, maar het is al te laat. Bucky zal eenzaam en verbitterd de rest van zijn leven slijten. 
 
De opgedoken verteller is ook degene die de tragiek van Bucky’s leven duidt in termen van hybris (overmoed). Volgens hem is Bucky verstrikt geraakt in een overmoedige en grotesk-kinderlijke opvatting van religie: Polio is of de schuld van een maniakale God of van Bucky Cantor zelf, of van een mysterieuze verbinding tussen die twee welke uiteindelijk leidt tot een vernietigende epidemie. 
 
Toen ik het boek uit had (happend naar lucht) ben ik nog eens gaan googelen op ‘Nemesis’. Van haar wist ik me nog vaag te herinneren dat ze een griekse godin was, maar daar bleef het dan ook bij. Wikipedia brengt uitkomst: Nemesis blijkt een wraakgodin te zijn. En interessanter nog: Hybris wordt door haar gestraft! De hybris-gedachte is een typisch en veel voorkomend thema in het Griekse denken. Het verwijst naar de de vermetele overmoed van een mens die - in eigenwaan verstrikt en verblind-  zich door niets of niemand een halt laat toeroepen en in zijn ongebreidelde heerszucht spot met de door goden vastgelegde wereldorde, of zich verzet tegen het lot. Zulk overmoedig gedrag wordt in mythen en tragedies altijd door door goddelijk ingrijpen meedogenloos afgestraft. Maar- en dat is het meest fascinerende aspect aan de afstraffing- karakteristiek daarbij is dat de schuldige altijd zijn eigen ongeluk veroorzaakt! Dat komt omdat hij -na het overschrijden van de (goddelijke) grens of norm- met verblinding wordt getroffen en zo niet meer merkt dat hij zijn eigen ondergang aan het scheppen is.
Ziehier Roths Bucky Cantor. 
Ziehier de moderne mens?

Geraadpleegde Bronnen: Wikipedia


donderdag 26 mei 2011

lookism

Jaarlijks gaan er in Nederland zo’n drieduizend kinderen onder het mes vanwege flaporen, zo las ik in de krant deze week. De redenen zullen divers zijn, maar in dit stuk ging men dieper in op pesten als achterliggend motief om te kiezen voor plastische chirurgie. Ik moest direct denken aan het filmpje Beauty Kit dat ik ooit zag. Dit filmpje –een zogenaamde shock-and-awe-video - is gemaakt door de Parijse kunstenaarsgroep Pleix. Het doet een aanval op de manier waarop de gangbare media schoonheid portretteert en propagandeert en het stelt (wellicht wat extreem) een prangende vraag: Is het eigenlijk wel ok om gezonde kinderen (het gaat hier dus niet om kinderen die door een aandoening of ongeluk ernstig misvormd zijn en voor wie plastische chirurgie een zegen is) bloot te stellen aan lichaamscorrectie en daarmee aan het schoonheidsideaal dat door diezelfde industrie de wereld in geholpen wordt?
De ouders van de gepeste kinderen menen hun kinderen een dienst te doen, maar is het eigenlijk niet de omgekeerde wereld om de ‘slachtoffers’ van pesters te modelleren naar een ideaalbeeld, in plaats van de pesters op te voeden? En werkt het echt? De aanname achter deze ingreep bij kinderen is dat het gaat om uitsluiting vanwege lichamelijke kenmerken. 
Maar is dat ook zo? 

zondag 15 mei 2011

Pijn als bron


Mensen die getroffen worden door lichamelijk falen, beschrijven dit leed vaak op tweeledige wijze. Enerzijds gaan zij in op de pijnlijke aspecten ervan, anderzijds benoemen zij ook vaak hoe dit lijden voor hen nieuwe inzichten heeft ontsloten. De Duitse performance-kunstenaar, theater- en filmmaker Christoph Schlingensief was zo iemand. In de zomer van 2009 bezocht ik een een heel bijzondere voorstelling van hem: Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir. De voorstelling is gebaseerd op een uitspraak van Joseph Beuys: “Wie zijn wonden toont zal genezen worden.” En dat is wat Schlingensief in deze voorstelling doet; hij toont zijn wonden. De wonden die geslagen zijn door de kanker die hem op 47 jarige leeftijd treft.

De theatrale vorm die hij hiervoor kiest is adembenemend. Hij voert een dodenmis voor zichzelf op. Het decor is een kathedraal, het publiek zit op kerkbanken omgeven door de indringende geur van wierook. Een bombardement aan muziek en filmbeelden, teksten, processies, en rituelen volgt. We zien op filmdoek het verval voorbijtrekken in de vorm van een haas die wordt opgevreten door maden, maar gelijktijdig kunnen we op een ander doek het ontwikkelingsproces van een embryo volgen. Angst, woede en ontroering volgen elkaar op. Kinderstemmen zingen door volwassen stemmen heen.

Schlingensief zet het lijden op de planken. In al zijn aspecten. Van stil tot grandioos, van intens pijnlijk, tot bizar grappig. In een maatschappij die het lijden liefst in de coulissen verstopt, is dat een ware heldendaad. Dat geldt ook voor de slag die hij maakt in zijn requiem, want zijn dodenmis blijkt uiteindelijk een ode aan het leven. Op het hoogtepunt van de voorstelling, tijdens de eucharistieviering, verschijnt de regisseur zelf ten tonele en verwoordt -voor een doodstil publiek- de ambivalente houding die hij met zijn zieke lijf heeft. Hij noemt de ziekte ‘shit’, maar kan niet ontkennen dat deze voor hem ook een een manier van kijken naar het leven heeft geopend die voorheen voor hem verborgen is gebleven. Hij verwoordt dus zowel zijn lijden maar maakt ook de sprong om het doek weg te trekken en te onthullen dat het lijden tevens een bron kan worden. Een nieuwe weg. Een andere manier van kijken.

Heeft het tonen van dit lijden hem de genezing gebracht, die Joseph Beuys veronderstelt? Het antwoord luidt ‘nee’ voor wie meent dat Beuys’ zijn opmerking verwijst naar fysieke genezing. Augustus 2010, dik een jaar na de voorstelling die ik zag, is Schlingensief overleden aan de gevolgen van zijn ziekte. Maar het luidt ‘ja’, voor wie de man zag staan op dat podium. Schlingensief benadrukte daar zijn autonomie. Hij droeg uit meer te zijn dan zijn zieke lichaam, meer dan zijn kankerbehandelingen en benadrukte dat hij ten diepste vrij was om een verhouding te vinden tot zijn zieke lijf. Om te kiezen hoe hij ermee om zou gaan.

Hier zegeviert de mens. En hier zegeviert het leven, oog in oog met de dood.
Het Holland Festival (1 t/m 26 juni) brengt een eerbetoon aan deze bijzondere kunstenaar met een presentatie van zijn laatste twee producties en tien van zijn films. Schlingensiefs voorstelling Mea Culpa die ook te zien is op het festival is het laatste werk waarmee hij naar eigen zeggen ‘een sociaal plastiek van zijn eigen ziekte’ op het toneel brengt (2 juni 2011, muziektheater Amsterdam).

vrijdag 13 mei 2011

Creature Discomforts

Voor wie meer filmpjes wil (en ze zijn echt allemaal geweldig mooi gemaakt!): Klik hier en bekijk ze allemaal. Op deze site kun je ook de verhalen lezen van de mensen die als rolmodel gefungeerd hebben voor alle 'karakters'.




Bron: www.creaturediscomforts.org