Posts tonen met het label Integratie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Integratie. Alle posts tonen

zondag 11 juni 2017

Geen werk


Geen idee in welk programma, of op welke zender, maar in de auto dat zeker, hoor ik een gesprek over werk en het belang ervan. Het valt me op dat iedereen het altijd roerend met elkaar eens is op dit punt. Wellicht dat de platitudes zich daarom in rap tempo opstapelen: Werk geeft zin. Door werk draag je bij aan de wereld. Werk maakt persoonlijke groei mogelijk. Niet werken maakt depressief en zondert je af van de wereld. Echt? Dan moet er iets ernstig met mij mis zijn, want ik geloof dat ik floreer in mijn arbeidsongeschikt verklaard bestaan. En als ik zo eens om mij heen kijk, meen ik dat het voor veel mensen goed zou zijn om verlost te worden uit de rat race van het arbeidzame leven.

Maar het tegendeel gebeurt. Tegenwoordig worden zelfs mensen met een arbeidsbeperking weer de arbeidsmarkt op geduwd, ook al viert schaarste daar hoogtij. Werken moet, werken is goed! Vandaar dat op 1 januari 2015 de Participatiewet in werking is getreden. Mensen met een arbeidsbeperking moeten sindsdien zoveel mogelijk werk vinden bij een gewone werkgever. Meedoen is het devies en participeren is een modewoord geworden dat overal klinkt.

Vanuit het standpunt van de overheid, binnen het huidige systeem bekeken, kan ik dat volgen. Maar dat de Participatiewet ook gulzig omarmd wordt door gehandicaptenorganisaties en beijveraars van een inclusieve samenleving (1), daar snap ik veel minder van. Het is immers overduidelijk dat dit ‘meedoen’ niet meer of minder betekent dan gedwongen meedraaien in van bovenaf opgelegde standaarden die amper ruimte laten voor individualiteit en eigenheid. Participeren is een mooi woord voor gedwongen assimileren. En het lijkt mij heel gezond daar ernstige bedenkingen bij te hebben. Zeker als het systeem waar mensen in moeten voegen draait om opvattingen die betaald werk tot de spil van het bestaan maken, en die daardoor – ongewild maar onafwendbaar - mensen die nooit een betaalde baan zullen krijgen afschilderen als vreugdeloze stakkers die niets bijdragen aan de wereld en een ledig bestaan leiden.

Maar ook het feit dat werk pas als werk gezien wordt, als het verzet wordt bij een ‘gewone’ werkgever, zou kritiek moeten oproepen. Want waarom zou andersoortig werk, bijvoorbeeld werk in een dagbesteding of in een gesubsidieerde baan, minder waard zijn dan bij een gewóne werkgever? Waarom wordt alles wat ik – en met mij andere Wajongers, WIA’ers en WAO’ers -  toevoeg door middel van vrijwillig werk, niet gezien als werk? Waarom wordt alles afgemeten aan economische, door geld bepaalde standaarden, in plaats van naar de waarde die een individuele inspanning aan een samenleving toevoegt.

Juist gehandicaptenorganisaties en pleitbezorgers van inclusieve samenlevingen zouden zich hard moeten maken voor een andere plaats van arbeid in ons leven. Juist zij zouden niet moeten meebewegen in de oproep van meedoen, zolang de mainstream van onze maatschappij niet is ingericht naar menselijke maar naar economische standaarden. Ze zouden zich hartgrondig moeten verzetten tegen de suggestie dat je leven pas wat waard is als je kunt doen wat iedereen doet, want wat iedereen doet is niet altijd nastrevenswaardig. In plaats van inzetten op de Participatiewet om iedereen aan het werk te krijgen, zouden er gepleit moeten worden voor waardering van ieders unieke bijdrage aan de wereld. Niet werk, noch geld is wat de mens uiteindelijk vreugde geeft en aanzet tot ontwikkeling, maar het krijgen van ruimte om te mogen zijn wie je bent en om bij te kunnen dragen naar eigen vermogen en kwaliteit. 

Om inclusie (meedoen) te bevorderen zouden geld en arbeid tot op zekere hoogte ontkoppeld moeten worden. Dat kan door invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen. Zo'n inkomen bevordert niet alleen gelijkheid, maar maakt werk weer tot wat het zou moeten zijn: een individuele passende bijdrage aan het laten floreren van iedereen. Niet omdat het moet, maar omdat bijdragen en meedoen iets is wat mensen van nature doen. Ieder op zijn eigen wijze. Geld hoort daarin niet de uitsluitende, noch de insluitende factor te zijn.

(1) Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. 

Informatie over het basisinkomen: http://basisinkomen.nu/obi/ 
Leestip over basisinkomen: https://www.bol.com/nl/f/gratis-geld-voor-iedereen/9200000031661890/


zondag 26 januari 2014

Ongemak

In de klas van mijn dochter zit een meisje met een dove moeder. Niet van het soort een-beetje-harder-praten-dan-hoort-ze-je-wel-doof, nee echt doof. Helemaal. Ze hoort niks en communiceren doet ze via liplezen en gebarentaal. En al probeer ik driftig wat mee te pikken van het laatste, het eerste gaat mij niet lukken. Mijn verslapte lippen zullen voor haar nooit leesbaar zijn.

Dus strik ik een vader en vraag hem om tegen haar te zeggen dat ik graag met haar wil spreken, maar dat onze handicaps totaal niet matchen. Ze lacht haar stralende lach en het contact is gelegd. Contact vol ongemak. Niet vanzelfsprekend of flitsend. Maar stuntelig, zoekend, tastend. Soms pak ik mijn telefoon om te typen wat ik wil zeggen, maar al begrijpt ze me dan, het helpt toch niet om voorbij te komen aan het grote ongemak dat onze relatie domineert.

Handicaps kunnen enorm verstorend werken. Iemand niet verstaan, niet weten wat hij wel of niet kan, of je wel of niet moet helpen, het trekt alle zekerheid onder je vandaan. Het toont hoezeer de menselijke omgang is vastgelegd in gedragscodes en normen. Hoezeer wij ons allen keurig gedragen weten door hoe het hoort. We zijn diep sociale wezens, tot het moment dat er oren verschijnen die niet horen, een stoel die benen vervangt, een mond die onverstaanbare klanken brabbelt, een gezicht dat zo vloekt met de normen der schoonheid dat het je de adem beneemt, of armen en handen die geen enkele kracht bezitten om zelf tot handelen over te gaan. Op zo’n moment is niets meer vanzelfsprekend en eenvoudig. Dan worden wij mensen stuntelaars. We gaan de verkeerde dingen doen. Harder of kinderachtiger praten, iemand zomaar aanraken zonder dat hij dat vraagt of er toestemming voor geeft, foute grapjes maken, vermijden of juist theatraal te voorschijn treden. Zoveel mensen, zoveel onhandigheden.

Als antwoord op deze sociale onhandigheid verschijnen er steeds vaker lijstjes (met een duur woord gedragswijzers) die dienen om beter om te kunnen gaan met bepaalde handicaps. In die lijstjes tref je dingen aan als: Praat met mij, niet over mij. Betuttel me niet. Doe gewoon, etc. Allemaal heel ware en prima voorschriften. En als ik in een weinig toegeeflijke bui ben wil ik maar wat graag dat iedereen de gedragswijzer “Omgaan met de handicap van Marie-José”, uit zijn hoofd kent, maar tegelijkertijd vraag ik me af: Moet het bovenbeschreven ongemak eigenlijk wel geproblematiseerd worden? Moeten we het opvatten als iets wat er niet moet zijn, wat fout is? En zou het een teken van acceptatie en integratie van gehandicapten zijn als iedereen maar weer braaf op zijn gemak is? Terug in de rol van weten hoe het hoort. Van sociale vervloeiing. Of is dat ook een gemiste kans? Wat ontwikkelt zich niet meer als het ongemak bezworen wordt door lijstjes, stappenplannen en gedragswijzers?

Maanden duurt mijn eigen ongemak in het contact met de dove moeder en dan opeens betrap ik mezelf erop dat het verdwenen is. Dat ik steeds minder naar mijn telefoon grijp om iets op te schrijven. Mijn ogen, stuntelige gebaren en onleesbare lippen lijken ineens ook zonder hulpmiddelen over te kunnen brengen wat ik wil zeggen. Steeds minder vaak ervaar ik haar alleen maar als doof. Of mezelf als onhandig. En dat alles zonder gebruik te maken van het het stappenplan “Omgaan met doven mensen doe je zo”. Nee, dwars door al het aanvaarde ongemak heen vormen onze handicaps ineens geen mismatch meer. We hebben een weg gevonden.

maandag 22 april 2013

Gebouwen die uitsluiten

Dit stuk is gepubliceerd in Het Parool (In de rubriek "het laatste woord") op maandag 22 april 2013

“Scootmobiels niet welkom in het nieuwe Rijksmuseum.” (Parool, 16 april 2013) Het staat er echt en in een flits ben ik terug in het Stedelijk Museum dat vorig jaar zijn deuren voor het publiek opende. Waar gebouw en collectie me toendertijd diep imponeerden, stelde de rolstoelvriendelijkheid van het gebouw ernstig teleur. Het grote stranden begon toen ik goed en wel met mijn rolstoel door de poortjes het museum binnenreed, alwaar de spiksplinternieuwe plateaulift die toegang tot de zalen verschaft, buiten werking bleek te zijn. Suppoosten snelden vriendelijk tegemoet om mij ervan te verzekeren dat ik toch gewoon naar binnen zou kunnen, maar dan via een hellingbaan. Alleen, om bij die baan te komen moest ik wel begeleid worden door een suppoost. Gevolg: In één bezoekje heb ik vier keer iemand moeten zoeken om mij op die baan te begeleiden en dan laat ik de andere ongemakken nog ruimhartig onbenoemd...

Heus, ik ben van nature geen kniesoor. In een mooi museumpje gevestigd in een  grachtenpand uit de gouden eeuw, ben ik de makkelijkheid zelve. Daar kan ik leven met de ongemakken van een oud gebouw. Ik kan het zelfs aanvaarden als ik er in het geheel niet in kan. Maar kom op! Het gaat hier om een nieuw openbaar gebouw waar miljoenen aan gespendeerd zijn! In zo'n geval rest mij niets anders dan wanhoop en de vraag waarom er in zoveel nieuwe gebouwen nog steeds voor knullige toegankelijkheids-oplossingen wordt gekozen?

En dan nu het Rijksmuseum. Dat maakt het zo mogelijk nog bonter dan het Stedelijk door scootmobiels botweg de toegang te weigeren. Op de website staat daarvoor de volgende verklaring: “Vanwege drukte en veiligheid zijn scootmobiels niet toegestaan”. En, zo benadrukt een woordvoerder: "Een scootmobiel is een vervoersmiddel en geen hulpmiddel.  Minder-validen zijn altijd welkom en we bieden voor hun toegang alternatieven. Zo mogen begeleiders gratis naar binnen en stelt het museum rolstoelen ter beschikking.”

Middeleeuws. Er is geen andere term te bedenken die de lading van deze schoffering van vele scootmobielgebruikers, dekt. Goochelen met de termen “hulpmiddel” en “vervoermiddel”, en het aanbieden van duwrolstoelen die absoluut geen gelijkwaardig alternatief vormen (geduwd worden of zelf rijden is onvergelijkbaar), verbloemen niet dat hier gewoon sprake is van platte uitsluiting. Wie wil kan een gebouw zo ontwerpen dat iedereen erin kan. En het is onacceptabel dat musea als het Rijks en het Stedelijk met minder genoegen nemen. Ontoegankelijke gebouwen zijn het gevolg van blindheid of onwil bij bestuurders, directies en gemeenten, en van onkunde bij de ontwerpers en inrichters ervan. Het wordt tijd dat er fikse boetes gaan komen die de toegankelijkheid van toekomstige openbare gebouwen waarborgen. Zonder sancties gaat het er niet van komen vrees ik.

dinsdag 20 november 2012

Vermaak voor de Sneuen Der Aarde


Ze lijken als paddenstoelen uit de grond te ploppen. Stichtingen die wensen in vervulling laten gaan. Sommigen richten zich op kinderen of jongeren, anderen op volwassenen of ouderen, maar steevast zijn de uitverkorenen chronisch ziek of gehandicapt. Hen wordt een droomdag, droombelevenis of eendagsdroombaan aangeboden ter vervulling van een langgekoesterde wens.

Ik waarschuw maar even. Dit wordt geen sympathiek blogje. Ik ben een vredelievend mens, maar telkens als ik word geconfronteerd met een oudere heer in rolstoel die zijn held mag ontmoeten, een vrouw met reuma die een dag fotomodel mag zijn, of een kind met leukemie dat onbeperkt suikerspinnen mag eten, wil ik iets kapot maken. En ‘s nachts word ik dan wakker, badend in het zweet, terwijl de paniek me dwingt mijn lijst met vrienden na te lopen. Er zal er toch niet eentje tussen zitten die denkt dat ik ook....???

Wat is dat toch, dat zieke of gehandicapte mensen altijd weer het verlangen in anderen wekken om te gaan betuttelen? Zijn we echt zo sneu? Welke argumenten hanteren blijmakers om nu juist ons als slachtoffer voor hun onvergetelijke droomakties uit te kiezen? Onder het kopje Missie en Visie schrijft de stichting Doe Een wens Nederland: 
“Het vervullen van een allerliefste wens heeft op ieder kind een magisch effect, maar op kinderen met een levensbedreigende ziekte in het bijzonder. Het geeft deze kinderen, die vanwege hun ziekte te vaak vooral patiënt zijn, de kracht om kind te zijn. Het verwezenlijken van een droom kan voor hun toekomst een wereld van verschil betekenen.”
De kracht om kind te zijn. Jeetje. En een wereld van verschil voor hun toekomst uitmaken. Het zijn niet de allerminste pretenties die hier worden nagestreefd. Maar wie er een beetje nuchterheid tegenaan gooit vraagt zich al snel af of een dagje “leuk”, niet gewoon een dagje “leuk” is. Niets minder, maar zeker ook niets meer. En met nog een klein beetje nuchterheid meer, kun je je zelfs afvragen of wat deze stichtingen doen eigenlijk niet heel fout en contraproductief is?

In mijn ogen is wensvervulling ouderwetse liefdadigheid gegoten in een modern –slecht zittend- jasje. Het draagt in het geheel niet bij aan een positieve beeldvorming rond handicap en ziekte. Integendeel. Je gaat ze echt heel zielig vinden die kinderen die zogenaamd hun toekomst terugkrijgen door een dagje amusement. Of die mensen die een dag mogen ruiken aan hun droombaan terwijl ze die baan in werkelijkheid nooit zullen krijgen. Wensvervulling benadrukt de sneuheid en niet de gelijkwaardigheid van anderslijvigen en daarmee vormt het een belemmering voor de integratie van deze groep. In de gewone wereld van gewone mensen worden dit soort wensen nooit vervuld. Die blijven een leven lang in je smachten. En zo hoort dat ook met wensen.

Dus stichtingen ter vermaak van de Sneuen Der Aarde: Droom lekker verder van een wereld vol ingeloste wensen en blije chronisch zieken en gehandicapten. Maar waag het niet aan mijn deur te verschijnen. Mijn waterpistool ligt volgeladen klaar.

woensdag 7 december 2011

Rolstoelpiet

Het zal je maar gebeuren. Je wordt als rolstoelpiet geboren in het paleis van Sinterklaas. Je hebt je eigen aangepaste kamertje en je eigen passende werkaamheden. Ieder jaar zwaai je vrolijk de stoomboot uit als deze naar Nederland vertrekt. Samen met de kleine pietenkinderen en de bejaarde Pieten die ook thuis blijven, heb je een paar rustige weken en bereid je de verjaardag van Sint vast voor, zodat deze bij thuiskomst feestelijk ontvangen kan worden. Ja, je bent een gelukkige rolstoelpiet.

Tot er plots een kink in de kabel van je gelukkige leven komt als een clubje Nederlanders bedenkt dat het voor de integratie van gehandicapten in Nederland zo goed zou zijn als er ook een rolstoelpiet in de Pietenschare zit. En zodra je dat bericht hoort weet je dat je de pineut bent, want Sinterklaas kan geen ‘nee’ zeggen. Het is echt een beste man maar op het gebied van geven en nemen slaat hij soms wat door.

En zo kan het dus gebeuren dat je een lange reis over zee moet maken. In een onhandige stoomboot waar niks is aangepast en zonder je eigen elektrische rolstoel, want die kan niet mee op de boot. Bij aankomst in Nederland wordt je in een handbewogen rolstoel van het model ziekenfonds uit de jaren nul gezet, en als je daarmee het ergste achter de rug denkt te hebben, moet je ook nog op bezoek bij Diewertje Blok van het Sinterklaasjournaal. En daar blijkt pas echt wat integreren in Nederland allemaal met zich meebrengt. Gewoon je eigen Pietenzelf zijn is niet genoeg. Nee, men heeft een heel verhaal klaarliggen waarin jij de hoofdrol mag spelen. Kort wordt aan je uitgelegd wat er van jou wordt verwacht. Eerst zul je een zielepiet zijn. Een piet die niet gewenst is en die de andere pieten alleen maar als lastig zien. Ze steken een bezem in je wielen opdat je hen niet zal kunnen volgen als ze pakjes gaan bezorgen. En hoezeer je ook tegenwerpt dat het ook lastig is, een rolstoel in combinatie met pietenwerk, men wil er niet van horen. Vervolgens zul je met je rolstoel in het bos in de modder vast komen te zitten. Je verzucht nog dat met een duwrolstoel het bos ingaan ook vragen om moeilijkheden is, maar het blijkt allemaal deel uit te maken van een Groter Plan. Uiteindelijk zal het verhaal zich namelijk zo ontwikkelen dat jij de held wordt. Jij zal de Piet worden die pepernoten geeft aan de allerkleinsten. Diegenen die door de andere pieten (vanwege hun lengte) allemaal over het hoofd gezien worden, en jij zal ook degene zijn die het zoekgeraakte paard van Sinterklaas terugvindt, waardoor pakjesavond in Nederland doorgang zal kunnen krijgen!

Verwachtingsvol kijken ze je aan. Je zult de genialiteit en de positieve beeldvorming die dit alles teweeg zal brengen, nu wel doorzien. En al zou je ze best graag tegemoet willen komen, eigenlijk snap je er niks van. Wat is er zo geniaal aan het eerst treurig afschilderen van iemand, om vervolgens aan te tonen dat hij echt wel deugt en slim is? Dat laatste, daar had je nooit aan getwijfeld. Je was allang content met je zelf. Maar als er zoveel ingewikkelds moet worden uitgehaald om dat ook aan anderen duidelijk te maken, dan word je wel wantrouwig. Misschien ben jij dan toch niet helemaal normaal? Nu ja, het zal wel een cultuurverschilletje zijn dat jij dat niet snapt. Kennelijk vraagt integreren als gehandicapte in Nederland om een heel speciale en ingewikkelde aanpak.

Gelukkig heeft de stoomboot vandaag het paleis weer bereikt. Daar zal alles wel weer vlug vergeten zijn. Nu moet je alleen nog maar hopen dat Sinterklaas volgend jaar bedankt voor de eer. Vooruit geen zorgen voor de dag van morgen. Volgend jaar zie je wel weer.

Bronnen: 
Plaatje Piet: www.jufsanne.com
Gebeurtenissen rond Piet: Sinterklaasjournaal 2011


woensdag 19 oktober 2011

Allemaal hetzelfde

De zaal zat behoorlijk vol en de stelling waarover gediscussieerd kon worden luidde: Mensen met een verstandelijke beperking hebben recht op het maken van keuzes, ook voor het krijgen en opvoeden van kinderen. Hanneke Groenteman (ja wat is ze oud geworden en zo dun) onze debatleidster, keek vragend de zaal rond. Wie wilde reageren?

Afgelopen week vierde de Rotterdamse organisatie Pameijer haar 85 jarig bestaan met een congres in de oude Van Nelle fabriek. Pameijer begeleidt mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek op het gebied van wonen, werken en leren. Daarmee wil men bijdragen aan volwaardig burgerschap en respect voor mensen met een beperking. Dat streven wordt tegenwoordig aangeduid met de term inclusie of inclusieve samenleving: een samenleving waarin iedereen kan meedoen en waaraan iedereen kan bijdragen. Een nastrevenswaardig ideaal. 

Toch waren er die dag een paar momenten die me duidelijk maakte dat we zelfs ten opzichte van zo'n prachtig ideaal als inclusie kritisch moeten blijven. Want ook dit ideaal draagt het risico in zich te verworden tot een blikvernauwende ideologie. Dat gebeurt vooral als het ideaal zelf belangrijker wordt dan de feitelijke realiteit. Goethe wees er al op met zijn weergaloze uitspraak: Jede Konsequenz führt zum Teufel; als een ideaal tot in zijn uiterste consequentie wordt doorgevoerd schiet het meestal zijn doel voorbij.

Zo’n uitschietmomentje vond plaats gedurende het debat rond de eerder genoemde stelling die behoorlijk pittig is. Je zou zeggen, dat vraagt om veel nuance, misschien zelfs wel om verwerping van de stelling zelf. Want valt de zinsnede ‘recht op het maken van keuzes’ eigenlijk niet buiten de orde van de problematiek waar het hier omgaat? Zou er niet veel beter in termen van ‘haalbaarheid’ en ‘recht doen aan’ gesproken kunnen worden, dan in termen van zelfbeschikkingsrecht?

Maar nee, juist het recht op keuzevrijheid werd door de meerderheid –een mix van klanten van Pameijer en van Pameijer begeleiders- welwillend omarmd en benadrukt, zonder dat nou precies helder werd waarom. Ik merk dat wel vaker. Dat keuzevrijheid als inherent ‘goed’ wordt beschouwd. Alsof eigen gemaakte keuzes per definitie ook moreel juiste keuzes zijn, die iedere verdere ethische verkenning overbodig maken. 

Maar gelukkig was er die ochtend ook een dame aanwezig die de terreur van de massamening oversteeg. Zelf verstandelijk gehandicapt betoogde zij dat ze altijd graag kinderen had gewild, maar tot de conclusie was gekomen dat dat niet verstandig was omdat ze al zoveel moeite had om voor zichzelf te zorgen. Haar ontroerende en zinnige opmerking stond in schril contrast met de politiek correcte stemming die in de fabriekshal inmiddels van de muren droop. Ideaal en werkelijkheid kwamen elkaar hier genadeloos tegen. Ineens was er toch weer die onloochenbare werkelijkheid dat niet alles, voor iedereen, altijd mogelijk is, of mogelijk zou moeten zijn. Ook het inclusie ideaal kent zijn grenzen.

Wat mij betreft is dat prima want - om met een leus van Pameijer af te sluiten- de meeste mensen zijn anders. Laten we vooral recht doen aan ieders anders-zijn, ook als dat soms betekent dat we ingaan tegen de idealen van inclusie.

vrijdag 8 juli 2011

Het Dorp gaat tegen de vlakte

Bijna drie weken ligt het uitgeknipte krantenartikel al naast mijn computer. De kop 'Het Dorp gaat tegen de vlakte' heb ik al tientallen malen herlezen en telkens opnieuw word ik erdoor geraakt. Onder de kop een foto met rode brievenbus, een man in rolstoel en een pleintje. Een mij dierbaar pleintje. Het ligt onder aan een helling. Die helling liep ooit vanaf onze woning naar de woning van mijn tante Fenny. Tante Fenny is allang dood. En onze voormalige woning is al een eeuwigheid bewoond door anderen. Maar omdat alles op de foto zo exact lijkt op hoe het er ooit 35 jaar geleden zag, wijken mijn gedachten deze weken steeds uit naar dat Dorp van mijn kindertijd. Ik wandel er naast de rolstoel van Mia, mijn hand op het leer van haar armleuning. Ik fiets er met mijn fiets hard van de helling. Ik duiksluip om niet op te vallen en me zelf te vrijwaren van de blik van mijn tante achter haar raam, zodat zij me later niet kan verwijten dat ik niet even bij haar ben langsgekomen. Ik loop er aan mijn moeders hand naar de auto die een eindje heuvel afwaarts onder een afdak geparkeerd staat. Een gele Daf met de sticker 'blij dat ik rij' op de achterruit geplakt. Ik moet ook herinneringen hebben aan mijn vader en mijzelf op die plek. Wandelend naast zijn rolstoel, of zittend op zijn schoot moet ik dat pleintje honderden malen gepasseerd zijn. Maar mijn herinneringen sluiten hem nog steeds buiten. Alsof ik het nog steeds niet zou kunnen verdragen om zijn nabijheid te ervaren in het gelijktijdige besef van zijn dood.

Het zijn prive herinneringen aan een plek die misschien als geen andere plek als 'publiek bezit' is ervaren. Het was immers het Nederlandse volk dat in 1962 onder de bezielende leiding van Mies Bouwman 22 miljoen gulden (een kapitaal in die tijd!) bijeenbracht in wat nu te boek staat als 'de eerste grote marathon televisie-uitzending van Nederland'. Mies Bouwman en dr. Arie Klapwijk (de initiatiefnemer van Het Dorp) wisten Nederland te doordringen van het besef dat ook lichamelijk gehandicapte mensen recht hadden op een eigen woning, werk en een cultureel leven. Tot aan die tijd woonden uitgerevalideerde mensen in verpleegtehuizen of thuis bij hun familie. De mogelijkheid die Het Dorp bood op een zelfstandig leven was in die tijd echt revolutionair. Met de bouw van Het Dorp is het emancipatieproces van gehandicapten in Nederland begonnen.

Van meet af aan was het de bedoeling dat ook omwonenden gebruik konden maken van de faciliteiten van het Dorp. Restaurant, winkel, kapper, ANWB filiaal, tankstation, bibliotheek, het stond de omwonenden in andere wijken vrij er ook gebruik van te maken. Het was een open Dorp gericht naar buiten. 
Maar alles verandert. In de loop der tijd is Het Dorp in de beeldvorming toch een ghetto geworden. Al in een eerder stadium zijn er aan de rand twee grote flats gebouwd voor minder-validen in de hoop dat Het Dorp zo een meer geintegreerde wijk zou worden. In de nieuwbouwplannen van Het Dorp staat die wens opnieuw voorop. In het nieuwe Dorp wonen mensen met en zonder handicap naast elkaar.

Integratie. Het is het toverwoord van deze tijd. Het woord lijkt inmiddels boven elke kritiek verheven. Alles en iedereen moet geintegreerd. De mytylscholen voor speciaal onderwijs zijn inmiddels verdacht. Instellingen met een eigen terrein -waaronder het Dorp- kleeft het ghettobeeld aan. Het idee erachter lijkt te zijn dat normaliteit pas bereikt is als iedereen gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in een heterogene groep. En al is het ideaal erop gericht niet in de valkuil van de 'uitsluiting' van bepaalde groepen te vallen en die groepen (in dit geval gehandicapten) vooral niet 'anders' te behandelen, toch is het streven een verkapte vorm van discriminatie. Want als het daadwerkelijk zo is dat 'de handicap' niet belangrijk is, wat maakt het dan uit of ik samen met andere gehandicapte kinderen onderwijs krijg, of samen met andere gehandicapten een woonterrein deel? Waarom is homogeniteit zo verdacht terwijl het vaak juist bij gratie van die homogeniteit is, dat dingen floreren? Het Dorp is zo fantastisch omdat je echt nergens zo'n niet-gehandicapt leven kunt leiden. Juist omdat alles gericht is op goede toegankelijkheid en zorg kan de handicap naar de achtergrond verdwijnen en kan de mens gaan leven. Datzelfde geldt voor speciaal onderwijs. Juist als alle voorwaarden voor zorg aanwezig zijn kan het kind optimaal leren.

Is dit schrijven dan een pleidooi tegen 'gemengd bouwen', of tegen het streven kinderen op gewone scholen speciaal onderwijs te geven? Nee. Het is een pleidooi voor het vooral ook laten bestaan van die exclusieve woonvormen en van het speciaal onderwijs. Want voor sommige mensen zijn dat vormen die het meest recht doen aan hun zorgbehoefte.
Emancipatie van gehandicapten (emancipatie betekent letterlijk vrijmaken, vrijverklaren ) is iets anders dan de gedwongen integratie waar steeds meer door de overheid op wordt aangestuurd. Echte zelfstandigheid en gelijkheid van rechten, betekent niet verplicht opgaan in de 'normaliteit' van de massa. Het betekent ook niet wonen tussen gezonden. Of naar school gaan met 'gewone kinderen'. Het betekent vooral dat de woon/leef/leervorm moet passen bij de individuele mens en dat hij daarin niet belet wordt door de wet, of door de idealen van beleidsmakers die menen te weten hoe emancipatie er voor de massa uitziet.

Het oude Dorp gaat tegen de vlakte. Maar in mijn herinnering blijven het pleintje, de helling, de modernistische jaren zestig gebouwen, de zoevende rolstoelen, het etenstreintje, de vallei. Onaangetast door de tijd en door de veranderende beeldvorming over hoe emancipatie eruit ziet.

Toen
Nu






  



Bron foto's Dorp toen en nu: http://www.project3noord.nl/index.php/het-plan.html