dinsdag 10 december 2013

Because who is perfect?

Er circuleert een nieuw campagnefilmpje op het internet. Van een Zwitserse belangenvereniging genaamd PRO-INFIRMIS. Zij willen de solidariteit tussen gehandicapten en niet gehandicapten bevorderen. Het filmpje toont een viertal duidelijk zichtbaar fysiek gehandicapten, die ontvangen worden in een loods waar paspoppen gemaakt worden. Gaandeweg blijkt dat zij de modellen voor nieuwe paspoppen zijn. Hun lichamen worden gevat in polyester, feestelijk gekleed in smoking en glitterjurk en daarna in een winkelstraat in Zürich in een etalage geplaatst. 

Het filmpje blijkt een ware hit. Uit tal van hoeken duikt het op in mijn computerscherm. De reacties zijn lovend en ‘likend’. Iedereen is geraakt en ontroerd. Zelfs mijn eigen gehandicaptenkring is ontstoken in enthousiasme. Ik heb het filmpje daarom een paar keer bekeken. Voor de zekerheid. Maar de geraaktheid en ontroerdheid wil maar niet komen. Sterker, hoe vaker ik kijk, hoe unheimischer ik me voel. Waar kijk ik nou eigenlijk naar? En welke boodschap wordt hier overgebracht? 

Het helpt enorm om de muziek weg te denken. Wat zie en hoor ik als ik emotioneel niet gemanipuleerd wordt door klanken? (waarom trouwens nooit eens snoeiharde metal onder misvormde lijven, waarom altijd weeïgstemmende aaaaah-kijk-toch-eens hoe-knap-muziek?) Wat dan overblijft zijn mensen wiens lijf gemeten wordt. Die zakelijke vragen over hun lichaam gesteld krijgen. De constateringen: “Er zijn slechts drie tenen”. “Er mist 35 cm”. De schetsen die gemaakt worden. Zonder de jengelende kattenstem van de zanger die alles overgiet met een laag “Dit is heel bijzonder wat hier gebeurt”, voel je het ongemak. Hetzelfde ongemak dat mensen voelen in de speekkamer van een arts als zij zich ontkleed hebben en niets anders meer zijn dan botten met een vel eroverheen. De blik die op deze mensen wordt gericht is objectief, verzakelijkend, verdingend, met als triest hoogtepunt het shot van een prachtige man met ernstige misvormingen, die gefilmd wordt met zijn broek tot op de enkels gezakt. Zijn iele lucifersbeentjes omringd door een centimeter. Het is het enige moment in het filmpje dat me diep raakt. Hoe vernederend wil je het hebben? Wat hadden de makers in gedachten toen ze dit in scene zetten?? Het is pure schaamte die hier getoond wordt, onherkenbaar verpakt in glitter en glamour. Een modern rariteitenkabinet.

En dan het resultaat. Lijven tot pop gemaakt met daaroverheen een slogan die het geheel zeggingskracht moet geven:

Because who is perfect? Get close.

Dus dit is de boodschap van een organisatie die bij wil dragen aan een positieve beeldvorming rond gehandicapten? Dat niemand perfect is? Als je goed kijkt tenminste. Ik vind dat een tamelijk verbijsterende conclusie. Je kleedt mensen letterlijk uit, toont hun naakte en kwetsbare lijf en dan geef je de boodschap dat niemand perfect is? Wat zeggen ze daarmee? Dat deze mensen niet perfect zijn, maar dat dat niet erg is omdat niemand perfect is? 

Door te benadrukken dat niemand perfect is houdt deze organisatie de gedachte overeind dat er uiteindelijk toch zoiets bestaat als perfecte schoonheid, ook al kan niemand daaraan voldoen. Maar er bestaat helemaal geen matenmeter. Er is geen norm van boven die dicteert wat perfectie is. Die gedachte moet ontmanteld net als de mand waar je niet door kan vallen omdat hij niet bestaat. Schoonheid manifesteert zich op vele manieren, in vele vormen. Dus als er al een slogan passend is dan deze:  

Because every body is perfect. Get close.
 
Ik mag hopen dat er iemand wakker wordt daar in die Zwitserse bergen.

zondag 10 november 2013

Ouderlingen

Meestal duurt het niet langer dan een minuut of twee voor ze me gespot hebben en met lichte paniek in de ogen op me komen afstuiven. De rest van de tijd zullen ze me niet meer uit het oog verliezen. “Als jij nou even hier blijft staan”, zeggen ze, terwijl ik geen enkele aanstalte maak om me te gaan bewegen. Ze trekken een moeilijk gezicht als ik met mijn rolstoel in een gangpad sta, bang dat anderen er dan niet meer langs kunnen,  maar die stromen tezelfdertijd en masse langs me heen. Ze wijzen me de weg als ik die niet zoek. Geven aanwijzingen terwijl ik al uitvoer wat de bedoeling is. Kortom ze maken moeilijk wat makkelijk is.

Ik noem ze ouderlingen. Daarmee vast veel goede mensen tekortdoend, sorry[1]. En ze bevinden zich niet alleen in kerken, maar overal waar een boel mensen samenkomen die geleid dienen te worden naar zalen, koffie, garderobe of toilet. Denk aan uitvaarten (alwaar de ouderlingen DELAdozen heten[2]) lezingen, concerten, voorstellingen. Je loopt altijd het risico ze tegen te komen.

Het zijn vaak vrouwen, middelbaar en altijd keurig gekleed. Ze doen wat ze doen vrijwillig, en dat dien je te waarderen. Ze zijn gespeend van iedere humor en achten zichzelf onmisbaar voor het goede verloop der dingen. Zij zijn de leiders der goede banen. Ze hebben dan ook altijd een nerveuze, licht geïrriteerde houding, die ondanks hun overdreven aardigheid en bedoenerigheid, voortdurend naar de oppervlakte borrelt. Ze zuchten heel vaak en luid. En ik blijf maar voelen: Het valt voor hen allemaal niet mee. Mijn aanwezigheid. In rolstoel.

Ik weet precies waarom ze zich als aasgieren op me storten. Ik ben een storende factor pur sang. Een bedreiging voor elke orde. Ik ben te groot, te rollend, met te vieze banden. Ik pas niet in de door hen keurig geplaatste rijen stoelen, sleep weleens een tafeltje achter mijn achterwieltjes aan, kan de koffie niet zonder knoeien naar mijn tafeltje brengen. Ik rij over tenen (nee niet expres), schamp weleens een deurpost, en ik lach heel hard als het zo uitkomt. Wat werkelijk geen pas geeft als gehandicapte. En misschien heb ik daarom wel zo’n hekel aan ze: zij zijn de enige mensen ter wereld bij wie ik me een gehandicapte voel. En onwelkom.

De behulpzaamheid die zij tonen is eigenlijk verkapte agressie. Ik kan er niks mooiers van maken. Je wilt ze slaan, maar je moet je dankbaar tonen, want ze doen toch alles om je te helpen! Het zijn de misbaren die zich onmisbaar achten. De gevenden die eigenlijk zelf aandacht willen (zie toch eens hoe goed wij zijn!). Ze zijn de domper op de creatieve chaos, op het toeval, op de afwijking die onverwacht gekke dingen brengt.

Ik ga hen, vrees ik, nog heel vaak in de wielen rijden. Misschien dat het uiteindelijk helpt.



[1] Vooral voor Mirjam, die de positieve uitzondering vormt...;-)
[2] De term DELAdoos is helaas niet van eigen makelij. Ik ben Jan J. erkentelijk voor deze taalvondst die de lading volkomen dekt.

dinsdag 22 oktober 2013

Alternatief voor sterven binnen bereik

Onderstaand artikel verscheen 22/10/2013 op de opiniepagina van Trouw. Het is een bewerking van de blogpost "Ondraaglijk Lijden".




woensdag 9 oktober 2013

Ondraaglijk lijden


Ondraaglijk en uitzichtloos lijden is een van de criteria waar je in Nederland aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor euthanasie. Dat klinkt vrij helder en doorzichtig, maar sinds een paar dagen begin ik daar ernstig over te twijfelen. Aanleiding is het bericht dat een 70-jarige vrouw door de Levenseindekliniek geholpen is een einde aan haar leven te maken. Reden: De vrouw zou ondraaglijk hebben geleden onder haar blindheid.

De handelwijze van de kliniek is inmiddels door alle vijf Regionale Toetsingscommissies als zorgvuldig beoordeeld. Dan kun je als braaf burger denken, dat is mooi, daar is goed werk verricht, over tot de orde van de dag. Maar daar zit ‘m de kneep, dat lukt mij niet. Reden: Alle berichtgeving over deze vrouw toont dat hier geen sprake is van ondraaglijk lijden onder blindheid. Eerder verschijnt het beeld van een vrouw die zeer veel moeite heeft gehad haar blindheid te aanvaarden. Zo wilde zij niet in een verpleeghuis wonen en ze wilde ook geen blindengeleidehond. ‘Ik wil de hond uitlaten, niet door de hond uitgelaten worden’, zo was haar redenatie. Verder was ze heel netjes en kon ze de gedachte niet verdragen dat er misschien vlekken op haar kleren zouden zitten die zij niet kon zien. (Trouw, 5 oktober 2013)

Ik moest bij de beschrijving van deze vrouw onmiddellijk denken aan de veel bejubelde film Mar Adentro. Deze film vertelt het waargebeurde verhaal van Ramón Sampedro, die ten gevolge van een duikongeluk volledig verlamd raakt en zijn verdere leven doorbrengt op bed. Hij voert een 28 jaar durende strijd met de Spaanse overheid om zijn leven te mogen beëindigen en het is niet moeilijk je te identificeren met Ramóns doodswens. Je leven lang doorbrengen op bed is geen kattenpis. Maar, en dat is een opmerkelijk detail dat in de film bijna terloops langskomt, het is Ramons eigen keuze om in bed te liggen. Hij weigert namelijk om een rolstoel te gebruiken...

Verschil in de twee voorliggende zaken is dat Ramon niet kan kiezen voor zelfdoding zonder hulp. Zijn fysieke omstandigheden ontnemen hem die mogelijkheid. Toch laat dat de vraag onverlet of je als mens niet de plicht hebt om je eigen leven zo draaglijk mogelijk te maken, alvorens je anderen vraagt jou het leven te benemen? En of het niet ook de plicht van de maatschappij is jou daarbij te helpen?

Geen rolstoel of blindengeleidehond willen, is een daad van arrogantie. Deze daad kan zeer goed ingegeven zijn door onmacht, onwetendheid of andere bemoeilijkende factoren, maar er spreekt desondanks een neerkijken op hulp en hulpmiddelen uit. Het is zeer triest dat dit niet is onderkend door Lia de Bruin, de specialist ouderengeneeskunde die de zaak namens de Levenseindekliniek behandelde. Het is ook triest dat de betrokken psychiater niet heeft vastgesteld dat hier sprake is van een geblokkeerd rouw/aanpassingsproces en niet van “lijden aan blindheid”.

De maatschappij heeft de dood gegeven in de veronderstelling van ondraaglijk lijden, terwijl ze heeft nagelaten te gaan helpen bij het dragen van dit lijden. De wet spreekt – niet voor niets - nadrukkelijk over het feit dat iemands lijden ondraaglijk en uitzichtloos moet zijn. Bovendien moet de betrokken arts met de patiënt tot de conclusie komen dat er voor de patiënt geen redelijke andere oplossing dan euthanasie voorhanden is. Wie zich blind staart op blindheid zal concluderen dat daarvan in dit geval sprake is. Blindheid is als fysieke kwaal immers onoplosbaar. Wie verder kijkt, snapt dat “de redelijke andere oplossing” voor het oprapen ligt. Deze vrouw had begeleiding moeten krijgen om haar blindheid - en de daarbij horende hulp en hulpmiddelen - te aanvaarden.

Mocht zo’n traject uiteindelijk tot niets leiden, en wordt de doodswens niet gekeerd, dan is er sprake van een vraag om euthanasie vanwege ondraaglijk en uitzichtloos lijden als gevolg van een psychologisch (aanpassings)probleem, niet als gevolg van blindheid. Het is ernstig dat de Toetsingscommissies dit belangrijke onderscheid niet maken en dat zij zich laten verblinden door het gegeven “blindheid”. Dat is een onaanvaardbare wijze van omspringen met de euthanasiewet.


woensdag 11 september 2013

Lichaam in verval

Vorig jaar winter voelde ik het al eens eerder. Als mijn gezicht te koud wordt kan ik mijn lippen niet meer goed bewegen. Hoe hard ik ook poog ze te vormen rond de klanken die ik wil voortbrengen, het is een vruchteloos pogen. Ik heb geen macht over de spieren rond mijn mond. Maar door de stijgende temperaturen in lente en zomer, verdwijnt de sensatie en kan ik de herinnering eraan opbergen in het kastje met “zaken die wel over zullen gaan”. Nu echter, in de wedergekeerde kou, ontdek ik  dat ik het verkeerde kastje heb gekozen. Het is niet over gegaan. En de badkamerspiegel bevestigt mijn vrees. Mijn mond is inderdaad veranderd. Mijn onderlip hangt meer en vouwt zich in ruststand naar buiten om. Ik herken mijn beide – inmiddels overleden - tantes in mijn eigen gelaat. Ook bij hen die steeds verder naar buiten wijkende onderlip.

Het is lelijk. Echt lelijk. En het is een heel naar gevoel, die stijve onbeweeglijke mond tijdens het spreken in de kou. Bovendien gaat het gepaard met een groot gevoel van onmacht, want mijn lichaam trekt zich op zo'n moment niets aan van wat mijn geest wil. Zou dit probleem zich te zijner tijd ook verplaatsen naar het spreken binnenshuis? Zou het een permanente staat worden? En kunnen mensen me dan nog goed verstaan? Of wordt ook dat moeilijker en gaan ze zich storen aan de moeite die het kost mij te begrijpen?

Angst strekt zijn kille tentakels in me uit en snoert mijn keel dicht. Verzet welt op bij het zien van mijn eigen spiegelbeeld. Dit ben ik niet! Het beeld van die vrouw in het spiegelend zilveren oppervlak heeft niets met mij te maken. De zwakte van haar spieren staat haaks op de kracht die ik van binnen voel. De onmacht die zij ervaart tijdens het fysieke spreken botst met mijn talent me uit te drukken in taal, mezelf zichtbaar te maken via woorden. Wanhopig graaf ik mijn geheugen naar medische ingrepen die dit probleem wellicht kunnen tackelen. Die van mij weer een geheel maken, een kloppende binnen -en buitenkant.

En dan wandel ik buiten. In de kringloop van het jaar is de tijd van het fysieke verval  aangebroken. Het zonlicht heeft opnieuw zijn gouden september-glans. Perfecte regendruppels glanzen in de spinnenwebben die mijn tuin sieren. De geur van vallend blad prikkelt mijn neus. En ik begin me af te vragen wanneer ik de appels van mijn geadopteerde biologische appelboom kan gaan plukken en of het nog te vroeg is om op de begraafplaats te gaan zoeken naar kastanjes en beukennootjes?

De herfst is de tijd van het jaar die ik het meest liefheb. Niet alleen omdat het de krachten van het immer en overal aanwezige verval zichtbaar maakt, maar ook omdat het de normaliteit ervan toont (alles vervalt) en de verpletterende schoonheid die in verval besloten kan liggen. Juist in de stervende natuur voel ik me innig verbonden met het leven, en die ervaring is als een arm van troost om me heen. Bovendien ik weet, het wordt weer lente. Het verval vindt plaats in de fysieke natuur, maar laat de levenskrachten ongemoeid.

Ja, de herfst heeft zijn intrede gedaan in mijn lichaam. En tegelijkertijd is het van binnen volop lente met een prachtige zomer in het verschiet. Het is soms wat verwarrend, al die seizoenen tegelijk in 1 mens, maar het heeft ook wel wat. Zeker als ik het kan laten om controlefreakerig de boel op orde te brengen.

vrijdag 9 augustus 2013

Gij zult vaccineren!


De tien geboden 4: Elizabeth de Vaal 2006
Vooral antroposofen enten kinderen niet in, zo bericht de voorpagina van Trouw (Zaterdag 3 augustus, 2013) Ik zal direct bekennen. Ik ben er zo één. Ik heb mijn dochter niet laten enten tegen bof, mazelen en rode hond. Wel heeft ze haar DKTP-prikken gehad. Dat noem ik afwegen van risico’s. Polio is onvergelijkbaar met de rode hond. Tetanus onvergelijkbaar met mazelen. Bij polio voel ik me mede verantwoordelijk voor de samenleving als geheel, bij bof, mazelen en rode hond vind ik de risico’s aanvaardbaar en het middel erger dan de kwaal.

Mijn afwegingen zijn niet ingegeven door de - in het artikel veronderstelde - leer van Rudolf Steiner. Antroposofie is geen leer. Het is een mensvisie. Eentje van het soort die zwaar botst met de hedendaagse mensopvatting. Roel Coutinho en Rudolf Steiner samen aan tafel bij Knevel en Van den Brink zou een spannend stukje televisie opleveren. Maar Rudolf Steiner is dood. Er rest ons niks anders dan zelf nadenken, precies datgene waar Steiner in elk van zijn geschriften toe oproept en aan bijdraagt. Voor wat betreft mijn mening rond vaccinaties ben ik zeker schatplichtig aan de antroposofie, maar ik ben nooit ergens toe gedwongen, laat staan verplicht gesteld. Mocht er al een gebod uit de antroposofie gedestilleerd kunnen worden dan is het dit: Respecteer dat de mens op geestelijk gebied absoluut vrij is!

Maar hoe zit dat met het RIVM en met politiek leiders die zelfs via een beroep op kerkleiders proberen om mensen tot vaccinatie te bewegen? Op hoeveel denkkracht van jonge ouders doet het RIVM of de overheid een beroep? Wat voor soort voorlichting krijgen zij, als ze kwetsbaar en vol nieuwe verantwoordelijkheden het consultatiebureau binnenwandelen met hun pasgeboren kindje? Ik kan u vertellen, geen voorlichting. Het vaccinatieprogramma is een feit waarover je wordt geïnformeerd. Dat je er vraagtekens bij kunt zetten, je kunt inlezen in het onderwerp waarna je zelf een inschatting van de risico’s van bepaalde ziektes kunt maken, dat je data-onderzoek kunt doen naar gemelde problemen na enting, dat je een alternatief entingsprogramma kunt doorlopen, dat alles wordt niet verteld, laat staan gestimuleerd. Als makke schapen worden mensen de medische molen ingeleid.

Ik ben niet voor of tegen tegen vaccinatie. Ik ben voor openheid en voorlichting. Propageer niet, informeer. Stimuleer mensen om zelf na te denken en tot een eigen oordeel te komen. Het debat zal er minder emotioneel door worden. Minder gepolariseerd. Gelovigen of mensen met een andere visie worden nu weggezet als dom en onwetend. De verlichte geesten weten wat goed voor hen is, maar “zij zagen het niet”. Hoeveel doctrine wil je hebben?

zondag 28 juli 2013

Wild Thing

Een ander fysiek helpen. Sommige mensen kunnen het van nature. Anderen lijken elk vermogen daartoe te ontberen. Als hulpvrager is het altijd weer de vraag met welk soort je van doen hebt, al is het vaak in een fractie van een seconde duidelijk...

De beachboy die mij ter beschikking staat om me van mijn eigen rolstoel in een supersonische elektrische strandrolstoel te helpen, kan zo gecast worden voor een beachmovie. Poepiebruin, geblondeerd, spieren in vorm en kleding met de juiste precisie nonchalant gestyled, stevent hij met verende tred en brede geruststellende glimlach op me af. Hij heeft er zin in! En ik hoef me nergens zorgen over te maken! Die transfer die doen we even één, twee, hupsakee en dan ben ik “on a roll”, op weg naar de vloedlijn!

Het is altijd spijtig om groot enthousiasme te moeten temperen, maar als hij zijn handen al onder mijn oksels heeft geplant zonder één woord van overleg, rest mij niets anders. Vriendelijk begin ik uit te leggen hoe mijn lijf werkt. Dat ik voorover zal kiepen als hij nu aan me gaat trekken. Dat ik dan op de grond zal belanden en dat we dan beiden een groot probleem hebben, omdat het tillen van iemand zonder enige spierkracht hetzelfde voelt als het hanteren van een zak aardappelen. Beiden geven niks mee!

De jongeman knikt verwoed alsof wij elkaar volledig begrijpen om vervolgens een greep te doen naar mijn benen, alsof daar de oplossing voor elk kiepprobleem te vinden is. Het is duidelijk tijd voor een andere aanpak. Met mijn meest sexy blik en zwoele stem zeg ik dat ik zelf ook bijna niet kan wachten, dat zijn gretigheid mij vertedert, en dat ik heus ook heel erg van wild houd (op de juiste tijd en plaats) maar dat ik nu graag wil dat hij mijn precieze instructies volgt en niet eigenhandig aan mijn lijf gaat lopen trekken.

Hij is wakker. In drie minuten zit ik waar ik zitten wil en wuif ik hem lof toe voor de geweldige samenwerking! Paal negen op Texel is inmiddels gegarandeerd vrouwvriendelijk en transfer-veilig. Boek er met een gerust hart je strandrolstoel!

zondag 16 juni 2013

Goedkope egalitaire zorg

Het ontgaat niemand. Er wordt hard en drastisch ingegrepen in het zorgstelsel. Veel mensen dreigen in een situatie terecht te komen waarin ze niet meer de hulp of hulpmiddelen krijgen die ze wel nodig hebben. Betaalde zorg wordt vervangen door mantelzorg, de vergoeding voor huishoudelijke hulp loopt sterk terug, de AWBZ zorg wordt voor steeds minder mensen toegankelijk en hulpmiddelen worden slechter van kwaliteit, want alles moet goedkoop.

Nu ga ik niet lopen roepen dat de huidige bezuinigingen een schande zijn. Het is duidelijk dat het zorghuishoudboekje niet op orde is. De vraag is echter hoe zoiets op te lossen en tot nu toe ben ik niet onder de indruk van de voorgestelde maatregelen, waarin vooral de geldkraan wordt dichtgedraaid. Een ruimere visie op waar het mis gaat ontbreekt, en opnieuw wordt er gekozen voor een systeem zonder enige differentiatie, waardoor er echt grote klappen gaan vallen bij mensen met een intensieve zorgvraag.

Om te beginnen bij dit laatste. Deze week kwam er een medewerker van het zorgkantoor langs om een herindicatie te stellen voor het aantal uren huishoudelijke hulp dat ik nodig heb. Door scheiding woon ik sinds kort alleen met dochter, dus ik ging er vanuit dat mijn uren flink opgeschroefd zouden worden. Mijn eerder toegekende uren waren immers laag gehouden vanwege de aanwezigheid van een partner. Om een lang verhaal kort te maken: Ik heb recht op twee uur hulp meer, waardoor het totaal uitkomt op 4.5 uur hulp per week! Wie nagaat dat ik hulp nodig heb bij bijna alle huishoudelijke taken (stofzuigen, dweilen, stoffen, soppen van douche en keuken, ramen lappen, de was, bedden verschonen etc.) en wie ervaring heeft met het hebben van een zevenjarige in huis (ik geef toe de mijne is erg slordig en niet bang om vies te worden...) snapt dat ik aan die 4.5 uur nooit genoeg heb. Ik zal vervuilen. Zou ik echter 80 jaar zijn, rolstoelgebonden, maar alleen wonend (mijn dagen zinvol vullend met boeken, thee en radio 4) dan zou die 4.5 uur wel heel ruim zijn. Toch zal dat onderscheid in de toekenning van de uren niet gemaakt worden. Bij een indicatiestelling wordt gekeken naar een standaardlijst van handelingen, vloeroppervlakte, aan- of afwezigheid van bepaalde apparaten. Niet naar of er een kind is, hoeveel was er gedaan moet worden, wat de te verwachten troep en bevuiling van een huis is etc. Kortom de individuele situatie als geheel wordt genegeerd en dat leidt ertoe dat er soms te veel en soms te weinig uren worden geïndiceerd. Een doodzonde bij gebrek aan geld.

En om het maar even te houden bij voorbeelden uit mijn eigen leven, de hulpmiddelenbranche draait al jaren op het simplistische motto dat een voorziening “zo adequaat en goedkoop” mogelijk moeten zijn. Wie even stilstaat bij die gedachte snapt dat die twee grootheden elkaar meestal uitsluiten. Eens adviseerde een ergodame mij dat ik maar voor een “Frans toilet” moest kiezen als ik niet meer van de wc kon opstaan. Dat “Frans toilet” bleek een gat in de grond te zijn... Hoe ik boven dat gat diende te hurken met mijn spierzieke lijf, en hoe mijn huisgenoten zo’n gat als wc zouden vinden, dat leek de dame in kwestie totaal te ontgaan. Zij had haar meest goedkope en adequate oplossing gevonden: Als ik niet meer op een wc-pot hoefde te gaan zitten, had ik ook geen opstaprobleem meer...

Helaas is mijn ervaring dat dit voorval niet slechts één ongelukkig voorbeeld is. Slechte ondoordachte adviezen, gedicteerd door de macht van het geld, zijn aan de orde van de dag. Het gevolg is dat mensen voorzieningen krijgen die niet naar tevredenheid functioneren, waarna het hele circus van aanvragen, indicatiestelling en verstrekking weer van voren af aan moet beginnen. Onnodig, frustrerend en heel duur!

De voorbeelden van ineffectieve zorg zijn oneindig, en dan heb ik het alleen nog maar over dit hele kleine segmentje van zorgland. Daarom zouden beleidsmakers veel gerichter moeten nadenken over een gedifferentieerde, niet egalitaire verdeling van geld (kijk naar individuen en stop het protocollaire gelijkheidsdenken) maar ook naar hoe het beschikbare geld effectiever en duurzamer besteed kan worden. Inzetten op alleen maar goedkoop, blijkt uiteindelijk ook in de zorg duurkoop.