Soms kan een mens niet dieper
zinken. Dan is de absolute bodem bereikt. Dat was de enige conclusie die ik kon
trekken toen ik in het holst van de nacht, in een hotelbed in een vreemde stad,
mezelf terugvond in mijn eigen diarree.
Het was de eerste keer dat ik op
vakantie was zonder intimi om voor me te zorgen. Ik had een contract gesloten
met de regionale Thuiszorgorganisatie en die zouden mij komen helpen met
douchen en aankleden. Dat vond ik al heel wat om te gaan doorstaan; het
aangeraakt worden door vreemde handen. Functionele aanraking noemen ze dat.
Naast mijn vrees ervoor was ik ook wel nieuwsgierig. Een beetje zoals een
antropoloog die oog in oog staat met het onbekende. Hoe zou zoiets voelen?
Dat ik naast die eerste ervaring
met functionele aanraking ook de ervaring zou hebben van een compleet verlies van decorum, wist ik gelukkig niet. Ik weet dat er mensen zijn die alleen al bij de
gedachte aan zo’n aantasting van de uiterlijke waardigheid, er toe overgaan
een “voltooid leven” verklaring te ondertekenen. Het idee dat een ander je uit
je eigen poep moet redden lijkt ondraaglijk. Liever dood dan dat. En al behoor
ik niet tot die groep, ik zou zeker ook door angst bevangen zijn geraakt als ik
van tevoren had geweten dat mijn darmen dit scenario voor mij in petto
hadden.
Inmiddels heeft de ervaring mijn
angst ingehaald. Ik heb geen tijd gehad om bang te worden, want ik bevond me er
ineens midden in. En na de eerste ontkenning - het lukt me vast wel dit zelf op
te ruimen - kwam de overgave. Ik moet de alarmcentrale van de Thuiszorg bellen
voor hulp. Deze klus ga ik in mijn eentje niet klaren.
Mijn redder in nood bleek Hero
te heten. Op z’n Hollands. Een zachtaardige ietwat onhandige man die wat
sturing mijnerzijds nodig had om niet overal kledders diarree te verspreiden en
daar vervolgens zelf over uit te glijden. En terwijl ik daar zat, in de geur
van mijn eigen poep en in de grootst mogelijke afhankelijkheid van een
onbekende ander, overviel me een wonderbaarlijke lichtheid. Ik had een van de
diepste punten in een mensenleven bereikt, en desondanks - of juist daardoor? -
was ik niet alleen onaangetast mezelf, maar maakte ook een vreemd soort
bevrijding en onafhankelijkheid zich van me meester. Alsof ik verlost werd van
een angst die altijd in een ver hoekje van mijn geest op me gedrukt had. Ook al
wist ik dat zelf niet.
Vroeger hing er bij mijn tante in huis een tegeltje aan de muur. Daarop een krullerige tekst omringd door Delfts Blauw:
En ik realiseer mij plotseling dat ook als dat wat het meest gevreesd wordt zich wel voltrekt, het lijden vaak minder erg is dan verwacht. De zeepbel van angst die in die nacht op de bodem van het bestaan uiteenspatte, laat tintelfrisse spettertjes in mij achter. Me laten verzorgen door vreemden is in één klap een piece of cake geworden.
Vroeger hing er bij mijn tante in huis een tegeltje aan de muur. Daarop een krullerige tekst omringd door Delfts Blauw:
Een mens lijdt dikwijls het meest,
aan het lijden dat hij vreest,
doch dat nooit op zal komen dagen...
En ik realiseer mij plotseling dat ook als dat wat het meest gevreesd wordt zich wel voltrekt, het lijden vaak minder erg is dan verwacht. De zeepbel van angst die in die nacht op de bodem van het bestaan uiteenspatte, laat tintelfrisse spettertjes in mij achter. Me laten verzorgen door vreemden is in één klap een piece of cake geworden.







