Poepen en plassen. Mensen zonder
fysieke beperking praten er volgens mij nauwelijks over. Ik kan me
in ieder geval niet heugen dat ik vroeger met vriendinnen sprak over mijn wc-gang. Maar ik kan
u verzekeren, dat ligt heel anders bij mensen met een handicap die hen in
toenemende mate immobiel maakt. Onder hen is poepen en plassen een
gespreksonderwerp dat met stip op één staat. Niet omdat wij plots de humor van
een vierjarige terugwinnen, noch omdat het hebben van een handicap vulgair
maakt, maar omdat het werkelijk een hachelijke kwestie is. Want zoals iedereen weet:
Als je moet, dan moet je, maar wat als je dan niet kan?
In mijn geval tob ik al een tijdje met mijn
transfers naar de wc. Het gaat nog net, maar ik voel me in toenemende mate
wankel en daardoor niet veilig. Ik ben bang dat ik val en voor alle
consequenties die dat met zich mee kan brengen. Dus ben ik al maanden op
zoek naar een oplossing. Eerder al schreef ik over de passing met een lift
die het mogelijk zou maken om toch zonder hulp naar de wc te kunnen blijven gaan. Maar dat
was een jammerlijke ervaring. (Lees hier over mijn ervaring met de handi-move plafondlift)
Daarom heb ik ditmaal mijn heil in
medische hoek gezocht. Warm gemaakt door een vriendin die jarenlang
blijmoedig
een verblijfskatheter heeft gedragen en daarna door een operatie aan
haar blaas
is voorzien van een extra plasuitgang door de navel (waar je dan een
slangetje
in kan steken om je blaas mee te legen, zonder dat er permanent een
katheter in
je lijf zit) ben ik me eens in het onderwerp gaan verdiepen. Je staat
versteld
van de wereld aan plasmogelijkheden die dan opengaat. Maar een mens moet
kiezen, en omdat ik op dit moment in mijn leven geen zware operatie wil
ondergaan, leek het me wel wat om een affaire met een suprapubische
buikkatheter
aan te gaan. Bij de SUBUKA (geef het ding een naam en je hebt een
relatie) maken
ze door je buikwand, vlak onder je navel, een sneetje en daar wordt de
katheter ingeduwd. Kwestie van plaatselijk verdoven en even tanden op
elkaar.
Aan het uiteinde van het slangetjes dat dan door je buik naar buiten
steekt
(onwillekeurig denk je toch dat alleen vrouwen met penisnijd dit doen)
doen ze
een ventiel dat open en dicht kan, waardoor je geen (been)zak hoeft te
dragen,
maar gewoon controle houdt over je blaas en ‘m zelf leegt wanneer dat
nodig is. In een limonadefles terwijl je in de auto zit, bijvoorbeeld.
Want
dat is het grote voordeel. Je kunt voortaan altijd en overal op een
ongeziene
en discrete wijze plassen. Voor mij is dat het equivalent van de hemel.
Maar mijn uroloog had een ander plan. Waarom
niet eerst beginnen met een urethrale katheter? Die gaat door de plasbuis. Dan
hoef je geen wondje te maken en kan er ook niks gaan infecteren. En als
ik dat deed kon hij het meteen regelen. Ik was er nu toch en het was een
fluitje van een cent... En zo kwam het dat ik me liet verleiden tot een
affaire met een andere katheter. En negeerde ik volkomen dat ik eerder had
bedacht dat het met een zittend leven misschien niet zo fijn is, altijd een
slangetje tussen je benen. Zeker niet als je jezelf steeds half laat vallen in
je rolstoel als je gaat zitten, en schuivende transfers maakt om niet op te
hoeven staan....
Twee dagen waren wij samen. Het was een
heftig samenzijn. Ik voelde me aan het eind van de tweede dag alsof ik seks had
gehad met tien mannen (maar dan zonder de lol die daar wellicht nog aan vast
kan zitten) en drie kinderen achter elkaar had gebaard. Ik heb zonder
spijt afscheid genomen van UREKA en hem resoluut uit mijn getormenteerde blaas
getrokken, die acuut stopte met krampen en weer gewoon blaas werd. Ik wacht nu
met smart op SUBUKA. Hopelijk worden wij niet te lang gescheiden gehouden door
een wachtlijst, en leven wij daarna nog lang en stabiel samen.
Weblog van vrouw (50) met spierziekte FSHD. Zij beschouwt kritisch de maatschappelijke beeldvorming rond handicap en ziekte en houdt zich bezig met moderne vraagstukken rond medische ethiek en de maakbare samenleving.
maandag 19 juni 2017
zondag 11 juni 2017
Geen werk
Geen idee
in welk programma, of op welke zender, maar in de auto dat zeker, hoor ik een
gesprek over werk en het belang ervan. Het valt me op dat iedereen het altijd roerend
met elkaar eens is op dit punt. Wellicht dat de platitudes zich daarom in rap tempo opstapelen: Werk geeft zin. Door
werk draag je bij aan de wereld. Werk maakt persoonlijke groei mogelijk. Niet
werken maakt depressief en zondert je af van de wereld. Echt? Dan moet er iets
ernstig met mij mis zijn, want ik geloof dat ik floreer in mijn
arbeidsongeschikt verklaard bestaan. En als ik zo eens om mij heen kijk, meen ik
dat het voor veel mensen goed zou zijn om verlost te worden uit de rat race van
het arbeidzame leven.
Maar het tegendeel gebeurt. Tegenwoordig worden zelfs mensen met een arbeidsbeperking weer de arbeidsmarkt op geduwd, ook al viert schaarste daar hoogtij. Werken moet, werken is goed! Vandaar dat op 1 januari 2015 de Participatiewet in werking is getreden. Mensen met een arbeidsbeperking moeten sindsdien zoveel mogelijk werk vinden bij een gewone werkgever. Meedoen is het devies en participeren is een modewoord geworden dat overal klinkt.
Vanuit het standpunt van de overheid, binnen het huidige systeem bekeken, kan ik dat volgen. Maar dat de Participatiewet ook gulzig omarmd wordt door gehandicaptenorganisaties en beijveraars van een inclusieve samenleving (1), daar snap ik veel minder van. Het is immers overduidelijk dat dit ‘meedoen’ niet meer of minder betekent dan gedwongen meedraaien in van bovenaf opgelegde standaarden die amper ruimte laten voor individualiteit en eigenheid. Participeren is een mooi woord voor gedwongen assimileren. En het lijkt mij heel gezond daar ernstige bedenkingen bij te hebben. Zeker als het systeem waar mensen in moeten voegen draait om opvattingen die betaald werk tot de spil van het bestaan maken, en die daardoor – ongewild maar onafwendbaar - mensen die nooit een betaalde baan zullen krijgen afschilderen als vreugdeloze stakkers die niets bijdragen aan de wereld en een ledig bestaan leiden.
Maar ook het feit dat werk pas als werk gezien wordt, als het verzet wordt bij een ‘gewone’ werkgever, zou kritiek moeten oproepen. Want waarom zou andersoortig werk, bijvoorbeeld werk in een dagbesteding of in een gesubsidieerde baan, minder waard zijn dan bij een gewóne werkgever? Waarom wordt alles wat ik – en met mij andere Wajongers, WIA’ers en WAO’ers - toevoeg door middel van vrijwillig werk, niet gezien als werk? Waarom wordt alles afgemeten aan economische, door geld bepaalde standaarden, in plaats van naar de waarde die een individuele inspanning aan een samenleving toevoegt.
Juist gehandicaptenorganisaties en pleitbezorgers van inclusieve samenlevingen zouden zich hard moeten maken voor een andere plaats van arbeid in ons leven. Juist zij zouden niet moeten meebewegen in de oproep van meedoen, zolang de mainstream van onze maatschappij niet is ingericht naar menselijke maar naar economische standaarden. Ze zouden zich hartgrondig moeten verzetten tegen de suggestie dat je leven pas wat waard is als je kunt doen wat iedereen doet, want wat iedereen doet is niet altijd nastrevenswaardig. In plaats van inzetten op de Participatiewet om iedereen aan het werk te krijgen, zouden er gepleit moeten worden voor waardering van ieders unieke bijdrage aan de wereld. Niet werk, noch geld is wat de mens uiteindelijk vreugde geeft en aanzet tot ontwikkeling, maar het krijgen van ruimte om te mogen zijn wie je bent en om bij te kunnen dragen naar eigen vermogen en kwaliteit.
Om inclusie (meedoen) te bevorderen zouden geld en arbeid tot op zekere hoogte ontkoppeld moeten worden. Dat kan door invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen. Zo'n inkomen bevordert niet alleen gelijkheid, maar maakt werk weer tot wat het zou moeten zijn: een individuele passende bijdrage aan het laten floreren van iedereen. Niet omdat het moet, maar omdat bijdragen en meedoen iets is wat mensen van nature doen. Ieder op zijn eigen wijze. Geld hoort daarin niet de uitsluitende, noch de insluitende factor te zijn.
(1) Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten.
Informatie over het basisinkomen: http://basisinkomen.nu/obi/
Leestip over basisinkomen: https://www.bol.com/nl/f/gratis-geld-voor-iedereen/9200000031661890/
Maar het tegendeel gebeurt. Tegenwoordig worden zelfs mensen met een arbeidsbeperking weer de arbeidsmarkt op geduwd, ook al viert schaarste daar hoogtij. Werken moet, werken is goed! Vandaar dat op 1 januari 2015 de Participatiewet in werking is getreden. Mensen met een arbeidsbeperking moeten sindsdien zoveel mogelijk werk vinden bij een gewone werkgever. Meedoen is het devies en participeren is een modewoord geworden dat overal klinkt.
Vanuit het standpunt van de overheid, binnen het huidige systeem bekeken, kan ik dat volgen. Maar dat de Participatiewet ook gulzig omarmd wordt door gehandicaptenorganisaties en beijveraars van een inclusieve samenleving (1), daar snap ik veel minder van. Het is immers overduidelijk dat dit ‘meedoen’ niet meer of minder betekent dan gedwongen meedraaien in van bovenaf opgelegde standaarden die amper ruimte laten voor individualiteit en eigenheid. Participeren is een mooi woord voor gedwongen assimileren. En het lijkt mij heel gezond daar ernstige bedenkingen bij te hebben. Zeker als het systeem waar mensen in moeten voegen draait om opvattingen die betaald werk tot de spil van het bestaan maken, en die daardoor – ongewild maar onafwendbaar - mensen die nooit een betaalde baan zullen krijgen afschilderen als vreugdeloze stakkers die niets bijdragen aan de wereld en een ledig bestaan leiden.
Maar ook het feit dat werk pas als werk gezien wordt, als het verzet wordt bij een ‘gewone’ werkgever, zou kritiek moeten oproepen. Want waarom zou andersoortig werk, bijvoorbeeld werk in een dagbesteding of in een gesubsidieerde baan, minder waard zijn dan bij een gewóne werkgever? Waarom wordt alles wat ik – en met mij andere Wajongers, WIA’ers en WAO’ers - toevoeg door middel van vrijwillig werk, niet gezien als werk? Waarom wordt alles afgemeten aan economische, door geld bepaalde standaarden, in plaats van naar de waarde die een individuele inspanning aan een samenleving toevoegt.
Juist gehandicaptenorganisaties en pleitbezorgers van inclusieve samenlevingen zouden zich hard moeten maken voor een andere plaats van arbeid in ons leven. Juist zij zouden niet moeten meebewegen in de oproep van meedoen, zolang de mainstream van onze maatschappij niet is ingericht naar menselijke maar naar economische standaarden. Ze zouden zich hartgrondig moeten verzetten tegen de suggestie dat je leven pas wat waard is als je kunt doen wat iedereen doet, want wat iedereen doet is niet altijd nastrevenswaardig. In plaats van inzetten op de Participatiewet om iedereen aan het werk te krijgen, zouden er gepleit moeten worden voor waardering van ieders unieke bijdrage aan de wereld. Niet werk, noch geld is wat de mens uiteindelijk vreugde geeft en aanzet tot ontwikkeling, maar het krijgen van ruimte om te mogen zijn wie je bent en om bij te kunnen dragen naar eigen vermogen en kwaliteit.
Om inclusie (meedoen) te bevorderen zouden geld en arbeid tot op zekere hoogte ontkoppeld moeten worden. Dat kan door invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen. Zo'n inkomen bevordert niet alleen gelijkheid, maar maakt werk weer tot wat het zou moeten zijn: een individuele passende bijdrage aan het laten floreren van iedereen. Niet omdat het moet, maar omdat bijdragen en meedoen iets is wat mensen van nature doen. Ieder op zijn eigen wijze. Geld hoort daarin niet de uitsluitende, noch de insluitende factor te zijn.
(1) Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten.
Informatie over het basisinkomen: http://basisinkomen.nu/obi/
Leestip over basisinkomen: https://www.bol.com/nl/f/gratis-geld-voor-iedereen/9200000031661890/
vrijdag 14 april 2017
Stormloop
In de zorg voor zwangeren is afgelopen week (4 april 2017) de
NIPT ingevoerd. Deze test biedt vrouwen de mogelijkheid hun kindje te laten
screenen op Down-, Edwards-, en Patausyndroom. Eerder werd deze test alleen
aangeboden aan vrouwen met een verhoogd risico op deze aandoeningen, maar vanaf
heden is hij beschikbaar voor alle zwangeren. Op de eerste dag dat het
uitvoeren van de test mogelijk was, kwamen er 800 vrouwen op de verschillende
prikpunten in het land af. Om dat een beetje context te geven: De drie
ziekenhuizen met een NIPT-laboratorium verwachten in de toekomst een dagelijkse
bloedafname bij 360 vrouwen.
Dat 800 zwangeren direct op de eerste dag naar een laboratorium snellen om een medische test te laten doen laat zien dat de angst voor Down diep zit, want ook al wordt er ook getest op Patau en Edwards, de meeste mensen zullen de test vooral doen vanwege Down. Dat is voor de hand liggend omdat de andere syndromen niet alleen significant minder vaak voorkomen, ze zijn ook veel minder bekend; kinderen met deze afwijking sterven vaak al tijdens de zwangerschap of vlak erna. Dat is niet het geval bij Down. Integendeel. Onderzoek laat zien dat de levensverwachting van mensen met Down de laatste jaren is gestegen, dat de kwaliteit van hun leven is toegenomen en dat zij zich sociaal veel beter ontwikkelen dan vroeger. Ook blijkt dat mensen met Downsyndroom de kwaliteit van hun eigen leven als zeer hoog beoordelen. Vanwaar dan toch deze stormloop op de NIPT?
Ik kan niet anders dan constateren dat de op angst gebaseerde realiteit, die mede door het screeningsaanbod zelf wordt gecreëerd, zwaarder weegt dan de realiteit van mensen met Down en hun naasten. Ik neem dat de vrouwen die zwichten voor het beschikbare testaanbod niet kwalijk. Ook niet de 74 procent die na constatering van Downsyndroom overgaat tot abortus. Ik heb respect voor de individuele keuze van iedere ouder in dit helse dilemma van wel of niet testen. Maar ik neem het wel de mensen kwalijk die betrokken zijn bij de creatie van dit dilemma. Zij die tegen realiteit van leven met Down in bewegen, zoals de farmaceutische industrie, die dik geld verdient aan de ontwikkeling van steeds geavanceerdere Downtesten en de overheid die lak heeft aan hoe mensen met Down hun eigen leven kwalificeren, of aan de grote groep ouders van kinderen met Down die strijden tegen het stigma dat hun kind aankleeft. Het stigma van leed, zielig, minderwaardig, dat door het screeningsaanbod nog eens wordt bevestigd en onderstreept. Maar ik ben vooral geraakt door de maatschappelijke onverschilligheid rond dit thema. Over het gemak waarmee ethische vragen rondom voortplanting worden weggeschoven naar het privédomein en worden afgedaan als een zelfbeschikkingskwestie.
Voortplantingsvrijheid is een groot goed, maar mensenrechten wegen zwaarder. In een beschaafd land dat in zijn grondwet uitgaat van de (gelijk)waardigheid van alle mensen, past geen door de overheid gestuurd prenataal selectiebeleid. In mijn ogen op geen enkele (medische) grond, maar zeker niet bij aandoeningen waarvan vaststaat dat ze voor het merendeel van de dragers geen groot leed veroorzaken, noch van cruciale invloed zijn op hun levensgeluk. De invoering van de NIPT is een dwaling omdat het bijdraagt aan onjuiste, stigmatiserende beeldvorming en omdat de waarde van een mensenleven bij prenatale screening wordt gelijkgesteld aan de aan-of afwezigheid van een syndroom. De mens is geen syndroom.
Dat 800 zwangeren direct op de eerste dag naar een laboratorium snellen om een medische test te laten doen laat zien dat de angst voor Down diep zit, want ook al wordt er ook getest op Patau en Edwards, de meeste mensen zullen de test vooral doen vanwege Down. Dat is voor de hand liggend omdat de andere syndromen niet alleen significant minder vaak voorkomen, ze zijn ook veel minder bekend; kinderen met deze afwijking sterven vaak al tijdens de zwangerschap of vlak erna. Dat is niet het geval bij Down. Integendeel. Onderzoek laat zien dat de levensverwachting van mensen met Down de laatste jaren is gestegen, dat de kwaliteit van hun leven is toegenomen en dat zij zich sociaal veel beter ontwikkelen dan vroeger. Ook blijkt dat mensen met Downsyndroom de kwaliteit van hun eigen leven als zeer hoog beoordelen. Vanwaar dan toch deze stormloop op de NIPT?
Ik kan niet anders dan constateren dat de op angst gebaseerde realiteit, die mede door het screeningsaanbod zelf wordt gecreëerd, zwaarder weegt dan de realiteit van mensen met Down en hun naasten. Ik neem dat de vrouwen die zwichten voor het beschikbare testaanbod niet kwalijk. Ook niet de 74 procent die na constatering van Downsyndroom overgaat tot abortus. Ik heb respect voor de individuele keuze van iedere ouder in dit helse dilemma van wel of niet testen. Maar ik neem het wel de mensen kwalijk die betrokken zijn bij de creatie van dit dilemma. Zij die tegen realiteit van leven met Down in bewegen, zoals de farmaceutische industrie, die dik geld verdient aan de ontwikkeling van steeds geavanceerdere Downtesten en de overheid die lak heeft aan hoe mensen met Down hun eigen leven kwalificeren, of aan de grote groep ouders van kinderen met Down die strijden tegen het stigma dat hun kind aankleeft. Het stigma van leed, zielig, minderwaardig, dat door het screeningsaanbod nog eens wordt bevestigd en onderstreept. Maar ik ben vooral geraakt door de maatschappelijke onverschilligheid rond dit thema. Over het gemak waarmee ethische vragen rondom voortplanting worden weggeschoven naar het privédomein en worden afgedaan als een zelfbeschikkingskwestie.
Voortplantingsvrijheid is een groot goed, maar mensenrechten wegen zwaarder. In een beschaafd land dat in zijn grondwet uitgaat van de (gelijk)waardigheid van alle mensen, past geen door de overheid gestuurd prenataal selectiebeleid. In mijn ogen op geen enkele (medische) grond, maar zeker niet bij aandoeningen waarvan vaststaat dat ze voor het merendeel van de dragers geen groot leed veroorzaken, noch van cruciale invloed zijn op hun levensgeluk. De invoering van de NIPT is een dwaling omdat het bijdraagt aan onjuiste, stigmatiserende beeldvorming en omdat de waarde van een mensenleven bij prenatale screening wordt gelijkgesteld aan de aan-of afwezigheid van een syndroom. De mens is geen syndroom.
woensdag 29 maart 2017
Levenselixer
De
zaterdagkrant van Trouw kopt: Rotterdamse onderzoekers hebben een manier gevonden
om muizen jonger te laten worden. Hoe lang duurt het voor mensen profiteren? De
verouderingswetenschap is een bloeiende beweging waar ontdekking na ontdekking
gedaan wordt. Het zal er dus wel een keer van komen: De vondst van een
levenselixer dat mensen steeds langer op aarde houdt.
Bij berichten als deze moet ik altijd direct denken
aan José Saramago. Een portugese schrijver die in 1998 de nobelprijs voor de
literatuur ontving. In 2008 schreef hij Het verzuim van de dood, een
verhaal waar in de nacht van 31 december op 1 januari opeens niemand meer
sterft. Ook in de weken daarna laat de dood zich niet meer zien. In eerste
instantie leidt dat tot grote vreugde, maar als langzaam maar zeker de
maatschappelijke gevolgen van het uitblijven van de dood zichtbaar worden, ga
je ‘m knijpen. Wat als de dood echt nooit meer verschijnt?
Het is opvallend hoe vaak in de literatuur verhalen
over onsterfelijkheid negatief en somber van toon zijn. In de Harry Potter
serie jaagt heer Voldemort, de duistere macht van de toverwereld,
onsterfelijkheid na. De prijs die hij daarvoor moet betalen is gruwelijk. Zijn
ziel raakt verminkt, hij verliest ieder menselijk gevoel en hij verwart
vrijheid met macht. Uiteindelijk is het dan ook niet Voldemort, maar zijn tegenstrever
Harry Potter, die onsterfelijkheid het dichtst nadert. Niet door de dood te
voorkomen maar door zichzelf vrijwillig aan de dood te offeren beleeft hij een
opstanding door de dood heen.
Ook de Griekse mythen berichten vaak over het
menselijk streven naar onsterfelijkheid. En ook hier loop het meestal niet goed
af. Tantalos bijvoorbeeld, die in een poging eeuwig te kunnen leven nectar en
ambrozijn van de goden steelt, wordt door Zeus veroordeeld tot eeuwige honger
en dorst. Hij staat in water dat reikt tot aan zijn kin en voor zijn neus
hangen rijpe vruchten, maar zodra hij wil drinken zakt het water weg en als hij
de vruchten wil plukken, waait de wind de takken waar aan ze hangen weg...
Is deze terugkerende somberheid rond onsterfelijkheid
toevallig of spreekt er een ‘dieper weten’ uit? Snappen wij mensen ergens dat
jezelf willen conserveren geen goed idee is? Het onderzoek naar de verjonging
van muizen laat naast succes nog iets anders zien. Verjonging van het lichaamsweefsel
leidt tevens tot wildgroei van cellen, en dus tot kanker. Dit is als volgt te
begrijpen: Jonge cellen hebben nog eindeloos veel mogelijkheden. Ze kunnen
uitgroeien tot haar-, huid- of wat voor cel ook, maar hebben ze deze vorm
eenmaal aangenomen, dan raken ze die flexibiliteit kwijt en worden ze stram. Je
zou kunnen zeggen: ze worden ‘gevangen’ in de vorm. Haal je de vorm weg, dan
kunnen ze dus gaan woekeren...
In de mens zijn kennelijk twee stromen werkzaam. Een
levensstroom met blije stamceldodo’s die eindeloos vitaal, bruisend van leven
en mogelijkheden zijn en die altijd zin hebben in een feestje, en een doodsstroom
die dingen tot herkenbare en bovenal onveranderbare vormen kneedt. Dit laatste
gaat weliswaar ten koste van het feestje dat de stamcellen vieren, maar het brengt
ook ongekend veel. In de chaos verschijnt orde, en die brengt functionaliteit
en onovertroffen schoonheid: een werkend hart, een ziend oog, een tastende
hand.
Schiet een plant in de bloei dan is hij gedoemd te
sterven. Hij stort zich in een prachtige eindvorm uit, maar zijn levensdagen
zijn geteld. En kennelijk is het bij de mens niet anders. Ouderdom en dood zijn
het logische gevolg van een stroom die het woekerende leven stuit, en omvormt
tot zinvolle (maar stramme en niet meer flexibele) vormen. Chaos is schepping
geworden en mogelijkheid is omgetoverd tot werkelijkheid. En daarna is het
klaar. Het aardse menselijk leven heeft zijn voltooiing gevonden en sterven is
wat rest. Dat is geen falen. Ouderdom en dood zijn geen gebreken die met een levenselixer
bestreden moeten worden. Het zijn tooien van een immense wijsheid die
betekenisloze chaos heeft omgevormd tot bloeiende mensen. Wie dit proces op celniveau corrumpeert gaat niet alleen in tegen de stroom van de dood, maar
feitelijk ook tegen de stroom van het leven zelf want leven en dood gaan al tijdens ons leven hand in hand. De dood volgt niet ná het leven, ze is onderdeel van het leven. Ze is de remmende, verstarrende kracht die vormen maakt, tot bloei
drijft, en in het zaad laat schieten. Wie een levenselixer brouwt loopt dan ook grote kans te eindigen met een doodsdrank die het leven om zeep helpt.
Dagblad Trouw 25-03-2017
Rotterdamse onderzoekers hebben een manier gevonden om muizen jonger te laten
worden.
De termen levensstroom en doodsstroom zijn ontleend aan F.H.
Julius, uit zijn boek: Metamorfose, ontwikkeling van plant en mens.
maandag 14 november 2016
24 weken
In de bioscoop was deze
weken de film 24 Wochen (2016) van regisseuse
Anne Zohra Berrached te zien. Een
drama over een ouderpaar dat tijdens de zwangerschap te horen krijgt dat hun
kindje Downsyndroom heeft. De film is zeer actueel nu de overheid vanaf april
2017 start met het aanbieden van de NIPT (Niet-Invasieve-Prenatale-Test waarmee
onder andere Downsyndroom opgespoord wordt) aan alle zwangere vrouwen in
Nederland. Het ministerie van VWS trekt hiervoor 26 miljoen euro uit.
Als het ouderpaar in de film hoort dat hun kind Down heeft gaan zij er – ik denk conform de realiteit - voetstoots vanuit dat dat betekent dat zij moeten kiezen. Houden of aborteren. Het wordt aborteren. Ook daarin is de film trouw aan de cijfers. Negentig procent van vrouwen in dezelfde situatie kiest voor abortus. Hoe deze keuze voor het ouderpaar in kwestie uitwerkt laat de film niet zien, maar duidelijk is dat de ouders verder moeten leven met het feit dat zij het leven van hun zeer gewilde kind hebben afgebroken. Dat is een rauwe waarheid en de film is daarom zo waardevol: Hij toont onversneden de heftige emotionele realiteit waar mensen in terechtkomen als zij weten dat hun kind een afwijking heeft, en als (late) abortus een aanvaarde medische optie is in het vervolgtraject. Het landelijk screeningsbeleid van de overheid brengt steeds meer mensen in deze realiteit. Het recht op zelfbeschikking is daarbij het leidmotief en wordt zwaarder geacht dan elke andere ethische overweging.
Barbaars. Dat was de gedachte waarmee ik de bioscoop verliet. Met al onze moderne techniek, met al onze zogenaamde vrijheid om te kiezen, is dit de realiteit. Ouders die verscheurd raken in een onmogelijke en onmenselijke keuze: Kiezen voor behoud van de zwangerschap, waarmee je verantwoordelijk wordt voor de geboorte van je kind met een handicap, of aborteren, wat betekent dat je verder moet leven met de dood van je kind door jouw besluit. In mijn ogen is het voorgelegd krijgen van zo’n keuze immoreel en met zelfbeschikking heeft het weinig van doen. De voorgelegde keuze is in feite een opgedrongen keuze door de wijze waarop de overheid de zorg voor zwangeren inricht. Niet jij maar de overheid bepaalt dat screening deel uitmaakt van de zwangerenzorg. Zij kiest de afwijkingen waarop gescreend gaat worden en zij kiest welke afwijkingen in een landelijk aangeboden bevolkingsonderzoek worden opgenomen, zoals nu het geval is bij Downsyndroom. De kosten van dit alles worden geheel of grotendeels door haar vergoed. Wie dit alles in ogenschouw neemt kan moeilijk blijven beweren dat de vrije keus van het individu hier centraal staat. Het tegendeel is waar. We kijken hier naar grootschalige gedragsbeïnvloeding door de overheid. En het trieste gevolg is dat daardoor steeds meer mensen terechtkomen in een dilemma dat helemaal niet van henzelf is.
Ik wens toekomstige ouders dan ook toe dat ze durven bedanken voor de toenemende keuzes die het landelijk screeningsbeleid hen opdringt. Dat ze deze durven ontmaskeren als onmenselijk, onwenselijk, en ondraaglijk. Dat is niet onverantwoordelijk jegens het nageslacht. Wie luistert naar de ervaringsverhalen van mensen met een handicap en van ouders van kinderen met een handicap hoort hen keer op keer benadrukken dat het leven met een handicap gelijkwaardig is aan elk ander leven. Met alles erop en eraan. Dieptes en hoogtes. Die ervaringswijsheid zou zwaarder moeten wegen dan overheidsdrang.
Als het ouderpaar in de film hoort dat hun kind Down heeft gaan zij er – ik denk conform de realiteit - voetstoots vanuit dat dat betekent dat zij moeten kiezen. Houden of aborteren. Het wordt aborteren. Ook daarin is de film trouw aan de cijfers. Negentig procent van vrouwen in dezelfde situatie kiest voor abortus. Hoe deze keuze voor het ouderpaar in kwestie uitwerkt laat de film niet zien, maar duidelijk is dat de ouders verder moeten leven met het feit dat zij het leven van hun zeer gewilde kind hebben afgebroken. Dat is een rauwe waarheid en de film is daarom zo waardevol: Hij toont onversneden de heftige emotionele realiteit waar mensen in terechtkomen als zij weten dat hun kind een afwijking heeft, en als (late) abortus een aanvaarde medische optie is in het vervolgtraject. Het landelijk screeningsbeleid van de overheid brengt steeds meer mensen in deze realiteit. Het recht op zelfbeschikking is daarbij het leidmotief en wordt zwaarder geacht dan elke andere ethische overweging.
Barbaars. Dat was de gedachte waarmee ik de bioscoop verliet. Met al onze moderne techniek, met al onze zogenaamde vrijheid om te kiezen, is dit de realiteit. Ouders die verscheurd raken in een onmogelijke en onmenselijke keuze: Kiezen voor behoud van de zwangerschap, waarmee je verantwoordelijk wordt voor de geboorte van je kind met een handicap, of aborteren, wat betekent dat je verder moet leven met de dood van je kind door jouw besluit. In mijn ogen is het voorgelegd krijgen van zo’n keuze immoreel en met zelfbeschikking heeft het weinig van doen. De voorgelegde keuze is in feite een opgedrongen keuze door de wijze waarop de overheid de zorg voor zwangeren inricht. Niet jij maar de overheid bepaalt dat screening deel uitmaakt van de zwangerenzorg. Zij kiest de afwijkingen waarop gescreend gaat worden en zij kiest welke afwijkingen in een landelijk aangeboden bevolkingsonderzoek worden opgenomen, zoals nu het geval is bij Downsyndroom. De kosten van dit alles worden geheel of grotendeels door haar vergoed. Wie dit alles in ogenschouw neemt kan moeilijk blijven beweren dat de vrije keus van het individu hier centraal staat. Het tegendeel is waar. We kijken hier naar grootschalige gedragsbeïnvloeding door de overheid. En het trieste gevolg is dat daardoor steeds meer mensen terechtkomen in een dilemma dat helemaal niet van henzelf is.
Ik wens toekomstige ouders dan ook toe dat ze durven bedanken voor de toenemende keuzes die het landelijk screeningsbeleid hen opdringt. Dat ze deze durven ontmaskeren als onmenselijk, onwenselijk, en ondraaglijk. Dat is niet onverantwoordelijk jegens het nageslacht. Wie luistert naar de ervaringsverhalen van mensen met een handicap en van ouders van kinderen met een handicap hoort hen keer op keer benadrukken dat het leven met een handicap gelijkwaardig is aan elk ander leven. Met alles erop en eraan. Dieptes en hoogtes. Die ervaringswijsheid zou zwaarder moeten wegen dan overheidsdrang.
woensdag 31 augustus 2016
Tillift
Het ziet er daadwerkelijk
veelbelovend uit op het demonstratiefilmpje. Een tillift die je zelfstandig
kunt hanteren! Jawel, zelfstandig! Dat is echt uniek in tilliftenland. In de
meeste gevallen is er een verzorgende nodig om de lift te bedienen, maar zo niet
bij de tilbeugel van Handimove. Die tilt je, ik citeer: “zoals een moeder haar
kind. Het lichaam wordt slechts op enkele punten ondersteund en toch is er dat
grote gevoel van comfort en veiligheid.”
Nou laat maar doorkomen die
lift! Sinds ik me steeds wankeler voel tijdens transfers (van rolstoel naar wc,
bed, of fauteuil en andersom) pieker ik steeds vaker over de toekomst. Het
schrikbeeld van niet meer zelfstandig naar de wc kunnen komt akelig dichtbij en
in dat geval ben ik aan huis gebonden en moet ik een aantal malen per dag
iemand laten langskomen voor assistentie. Dat vooruitzicht stemt niet heel
vrolijk en dus zoek ik naarstig naar uitwegen.
Ruud, de meneer die de
tillift komt demonstreren is een wat oudere en zeer vriendelijke man. Hij demonstreert
de lift eerst bij zichzelf. Het ziet er goed uit. Net zo goed als bij de
demo-mevrouw op het filmpje. Slechts het begeleidende muziekje ontbreekt. Daarna
is het mijn beurt. Ik moet de beugel pakken, naar me toe trekken en de “tilhandjes”
onder mijn oksels op mijn ribben plaatsen. Op het filmpje ziet dat er nice and
easy uit, maar in werkelijkheid blijkt die beugel echt tering zwaar! Het
plaatsen is dan ook niet zomaar gebeurd, en eigenlijk ben ik
al moe als het eindelijk gelukt is. Daarna volgen de (stalen!) beenbeugels. Die
moet ik onder mijn benen door zien te wurmen. De demo-mevrouw doet dat elegant en
ontspannen glimlachend maar ik worstel en wurm me een slag in de rondte (een
kwestie van wennen misschien?) Als ze eindelijk goed zitten reikt Ruud me fier
de handbediening aan zodat ik mezelf nu kan gaan optillen. Hoopvol druk ik het
knopje in. Er gebeuren twee dingen tegelijkertijd. 1. Mijn benen vallen wijd
open (wat niet de bedoeling is want dan laten de “tilhandjes” een beetje los
zodat je langzaam naar beneden schuift) en 2. De stalen beugels drukken keihard
en zeer pijnlijk in mijn benen. Vooralsnog geen spoor van een comfortabel en
veilig gevoel. “Is het vol te houden?” vraagt Ruud vriendelijk. Nee, het is
niet vol te houden. Ik laat mezelf terugzakken in mijn rolstoel.
Ruud blijft de positiviteit
zelve. Hij loopt welgemoed naar zijn bus en komt terug met stoffen banden voor mijn
benen die zowel de pijn als het uit elkaar vallen moeten oplossen. Helaas. De
banden blijken nog moeilijker te plaatsen dan de stalen beugels en ze voorkomen
niet dat ik gestaag naar beneden blijf zakken terwijl ik in de lucht hang. Mijn
hoop begint danig te vervliegen. Ik zie hem zitten bovenop mijn kleerkast. Hij
lacht me vriendelijk toe. Nog even en hij sijpelt door het plafond de ijle verte
in.
Voor de vorm proberen we nog
uit of ik de laatste en tevens belangrijkste handeling zou kunnen verrichten: Het
naar beneden schuiven van mijn broek en onderbroek. In het filmpje zit de demo-mevrouw
op de wc met haar broek aan, daar hebben we dus niks aan. In de folder lees ik:
“Doordat het zitvlak volledig vrij blijft, kan men zich makkelijk aan- en
uitkleden.” Dat zijn mooie dingen maar helaas blijft mijn broek onaangeraakt
aan mijn kont zitten.
Er rest slechts één
conclusie. De mevrouw op het filmpje is een gezonde mevrouw en ik moet op zoek
naar een andere oplossing.
woensdag 24 februari 2016
Bodyscan
Dit opiniestuk is op 24/02/2016 gepubliceerd in dagblad Trouw.
Minister Schippers zal voor de zomer beslissen of het ook in
Nederland toegestaan zal worden om preventief een ‘total bodyscan’ te laten uitvoeren.
Nu is dat nog verboden, maar de VVD wil daar graag verandering in brengen. Het
belangrijkste argument hiervoor is het recht op zelfbeschikking, op regie over
de eigen gezondheid. Dat klinkt mooi, maar daar moet wel iets naast gezet
worden.
Er is een stortvloed aan bewijs dat preventieve scans niet bijdragen
aan meer gezondheid, maar zelf het risico op gezondheidsschade met zich meebrengen.
Dat geldt voor de gebruikte straling bij de scan zelf, maar ook voor eventuele vervolgonderzoeken.
Ook is bekend dat ongericht medisch onderzoek, zonder voorafgaande medische
klachten, tot veel onbetrouwbare testuitslagen leidt en daarmee tot onnodige
vervolgonderzoeken. Vroegdiagnostiek – een belangrijk argument van voorstanders
van invoering - blijkt bij een zeer
gering aantal ziektes daadwerkelijk te leiden tot levensverlenging; in het
ergste geval weet je gewoon langer dat je ziek bent, of lijd je onder de
wetenschap van een ziekte waar je niet aan,
maar mee dood zou zijn gegaan. De
kosten van vervolgonderzoek, die in tegenstelling tot de scan zelf door de
samenleving betaald zullen moeten worden, zetten belangrijke principes als
rechtvaardigheid en solidariteit in ons zorgsysteem onder druk. De
gezondheidsraad waarschuwt hier voor en wijst er in haar rapport “Doorlichten doorgelicht: gepast gebruik van health checks” op dat vooral
degenen die zich een dergelijk onderzoek niet kunnen veroorloven, of daar geen
gebruik van willen maken, wel te maken zullen krijgen met stijgende zorgkosten
door vervolgonderzoek en behandeling en eventuele wachtlijsten als gevolg van
health checks. De raad bepleit dan ook dat de vergunningsplicht gehandhaafd moet
blijven, hetgeen neerkomt op het handhaven van het verbod.
We kijken hier dus
naar een goed beargumenteerd advies dat tot de conclusie zou moeten leiden dat
het inruilen van gezondheidsrisico’s niet zinvol is, en dat geringe
gezondheidswinst voor enkelen niet opweegt tegen de kosten die het meebrengt
voor velen. Toch is dit niet de gedachtegang van de VVD. Die wil het recht op
zelfbeschikking boven alles verheffen. Boven redelijkheid, boven algemeen
belang en boven financiële haalbaarheid. En niet alleen de VVD. Vanuit steeds
meer hoeken en op steeds meer fronten is zelfbeschikking het argument waarmee moeilijke
ethische dilemma’s beslecht worden. Dat is zorgwekkend, want al is zelfbeschikking
onbetwistbaar een groot goed, als het blind en zonder oog voor de grotere
context wordt toegepast en opgeëist, dan ontaardt het in een dwingend opleggen
van de eigen wil tegen alle redelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid
in. Zelfbeschikking staat dan gelijk aan recht hebben op alles, op jouw manier. En op dat moment betreden we het
domein van het diepe egoïsme, dat niets meer van doen heeft met het voeren van
regie over je eigen leven of gezondheid. Het wettelijke recht op zelfbeschikking
zal daarom altijd begrensd moeten worden door het gezonde verstand en door een
gevoel voor gemeenschapszin. Gebeurt dit niet, dan zal uiteindelijk elke grens
worden gezien als een aanval op het individu en als een inperking van menselijke
vrijheden, autonomie en waardigheid. Als dat moment ooit daar is, is het echter
niet het zelfbeschikkingsrecht dat zegeviert, maar de egoïstische consument die
gewend is dat de hele supermarkt tot zijn beschikking staat en dat alles te
koop is. En geloof maar gerust, commerciële aanbieders van scans staan te
popelen goed geld te verdienen aan deze uitverkoop van de angst onder het mom
van zelfbeschikking.
Volgens Maurice de
Hond ziet maar liefst 75% van de Nederlanders de bodyscan zitten. Ik kan alleen
maar hopen dat in de uiteindelijke beslissing van de minister redelijkheid en behoud
van solidariteit toch zwaarder zullen wegen.
dinsdag 16 februari 2016
Het bezwaar: keukentafelgesprek episode 2
Ze zijn nooit gezellig,
hoorzittingen. Zelfs niet als ze volgen op een “keukentafelgesprek”, de gemoedelijke
term die tegenwoordig verwijst naar de WMO-procedure (Wet Maatschappelijke
Ondersteuning) die een zorgvrager moet doorlopen om hulp te krijgen. In mijn
geval bij het huishouden. Mijn keukentafelgesprek vond plaats in oktober. Het is
een herindicatie-gesprek in het kader van alle wijzigingen in de zorg. Ik maak
me geen zorgen, mijn situatie spreekt voor zich denk ik... (progressieve
spierziekte, rolstoelgebonden, alleenstaand, dochter van tien). Maar tot mijn
ontsteltenis heb ik na dit gesprek ineens nog maar recht op minder dan de helft
van het aantal uren hulp dat ik nu krijg. Plotseling acht de gemeente Amsterdam
twee uur en 55 minuten hulp per week voldoende om mijn huis en was mee schoon
te houden. Ik teken – natuurlijk - bezwaar aan tegen dit besluit en ontvang een
uitnodiging om dat bezwaar mondeling te komen toelichten. Dus begeef ik mij
gewapend met stapels documenten en het grootste juridische gelijk ter wereld,
naar de hoorzitting.
Mijn bezwaar draait om drie
punten. Allereerst motiveert de gemeente haar besluit in het geheel niet, wat
in strijd is met het zogeheten motiveringsbeginsel; een besluit moet uitgelegd
kunnen worden. Ten tweede gebruikt de gemeente normtijden om te bepalen hoeveel
zorg er ingezet gaat worden. Vijfenzeventig minuten voor een schoon en leefbaar
huis, dertig minuten voor de was, etc). De Centrale Raad van Beroep heeft november
2015 bepaald dat het hanteren van normtijden is toegestaan, mits de gemeente objectieve criteria kan overleggen waaruit blijkt dat die
hoeveelheid tijd ook daadwerkelijk volstaat. Kortom: In 75 minuten moet je huis
dan ook daadwerkelijk schoon en leefbaar zijn. Het resultaat telt, niet de
norm. Ten derde bestaat er in Nederland de zogeheten zorgplicht die inhoudt dat
mensen met beperkingen recht hebben op compensatie van hun beperkingen zodat
zij zelfstandig kunnen blijven functioneren en participeren.
Graag had ik van de gemeente alsnog een motivering
van haar besluit gehoord. Want hoe komen beleidsmakers ertoe om de oude normtijden
(vastgelegd in het Protocol van CIZ dat door de Centrale Raad van Beroep wordt
geoordeeld als een deskundige analyse van de zorgbehoefte van leefeenheden) gewoon
te halveren (of meer), hetgeen precies is wat de gemeente Amsterdam gedaan
heeft. Dat is toch volstrekt ongeloofwaardig? Hoe verkoop je met droge ogen dat
iemand die in alle opzichten niet in staat is zijn eigen huishouding te voeren
(wat ook keurig vermeld staat in het keukentafel-onderzoeksrapport) genoeg
heeft aan een schamele twee uur en vijfenvijftig minuten hulp in de week
terwijl het er nu zes-en-een-half zijn?
Ik heb mijn vragen gesteld en ik heb antwoorden
gekregen, maar niet de antwoorden waar ik naar vroeg. Veel meer dan een
oplepelen van de normtijden als “uitleg” van de toegekende uren krijg ik niet.
Een doorvragen naar de objectieve criteria achter de normtijden levert me het
inzicht op dat de gemeente de nieuwe uren heeft afgeleid uit gesprekken met
thuiszorg organisaties. Maar helaas, die verwijzing wordt door de Centrale Raad
van Beroep niet erkend. Wat anderen doen is immers niet per definitie goed en
deugdelijk. Daarna rest mij de mededeling dat ik mijn beperkingen niet
gecompenseerd acht en dat vervuiling mij rest, maar dat ik vooralsnog machteloos
ben dat te bewijzen.
Er is maar 1 conclusie te trekken na deze
ontstellende twintig minuten gemeente versus burger: Ik heb alle gelijk van de
wereld in de vorm van jurisprudentie aan mijn zij, maar maar de gemeente Amsterdam
heeft alle macht en zij geeft vooralsnog geen krimp. Volharden zij, dan rest
mij niets dan een vervolggang naar de rechter die gelijk en macht - desnoods
dwingend – wel zal verbinden.
Abonneren op:
Posts (Atom)







